'Kwaliteit belangrijker dan temperatuur drinkwater'

Meppel, donderdag 7 september 2017
aangepast: donderdag 19 oktober 2017

Drinkwaterkwaliteit is belangrijker dan de temperatuur van het drinkwater. Daarover waren vleeskuikenhouders het eens tijdens de Pluimveeweb thema-avond Huisvesting woensdagavond 6 september in Meppel.

Met de stelling ‘Drinkwater altijd te koud of te warm’ van Impex Barneveld waren de meeste bezoekers het eens. „De eerste week is het drinkwater voor vleeskuikens altijd te warm omdat de staltemperatuur hoog is en de doorstroming laag”, zei een vleeskuikenhouder. „16 tot 17 graden Celsius is de ideale drinkwatertemperatuur voor vleeskuikens”, zei Remco Heijmen van Impex. Volgens de aanwezige vleeskuikenhouders is dit lastig te realiseren en is drinkwaterkwaliteit veel belangrijker dan de temperatuur van het drinkwater. 

„Laat de drinkwaterkwaliteit onderzoeken en houd het kiemgetal laag”, adviseerde een pluimveehouder zijn collega’s. „Bij grootouderdieren spoelen ze dagelijks de drinknippellijnen”, zei hij. „Dat deed ik op advies van mijn voervoorlichter de eerste week ook. Maar de voervoorlichter van een andere voerfabrikant zei dat dit niet nodig was”, zei een vleeskuikenhouder. 

Om de kuikens niet te koud water te verstrekken kunnen vleeskuikenhouders het water vanaf het midden verstrekken of kiezen voor een rondpompsysteem door de stal. 

Energieverspilling

De hele stal verwarmen is energieverspilling volgens Kees van Roekel van Stalverwarming.nl en Rikjan Schuttevaar van Smits Agro. Niet alle vleeskuikenhouders waren het met deze stelling eens. „Als je een goed geïsoleerde stal hebt, heb je nauwelijks energieverliezen”, zei een vleeskuikenhouder. 

Van  Roekel ontwikkelde verwarmingspanelen van 60 bij 80 centimeter die door middel van elektriciteit verwarmd worden. „Een vleeskuikenhouder kan zijn stookkosten per kuiken daardoor verlagen naar 2 cent in de winter en 0,7 cent in de zomer. Als je voor die tijd met aardgas gestookte kachels werkte, zijn onze panelen binnen 2,5 jaar terug verdiend”, beweert Van Roekel. 

De panelen hangen bij één vleeskuikenhouder in Nederland in de stal. „De panelen geven een warmte van 45 graden  Celsius af. Het kuiken zoekt echter een plek waar hij het behaaglijk vindt. Uit ons onderzoek blijkt dat ze een plek opzoeken waar de temperatuur tussen de 21 en 24 graden Celsius is”, zegt Schuttevaar. Volgens een vleeskuikenhouder doen de kuikens dit omdat ze het voor die tijd te warm hadden. 

‘Verlichting geen bijzaak’ 

Met de stelling ‘Verlichting is bijzaak’ van Hato Agricultural Lighting waren de meeste bezoekers het oneens. Toch merkt Kim Geurts van Hato dat veel vleeskuikenhouders hier niet echt mee bezig zijn. „Het lichtschema maakt niet uit is mijn ervaring”, zei een vleeskuikenhouder.  „Maar hoe zit het met type verlichting. Is dat belangrijk”, vroeg Geurts de aanwezige pluimveehouders. 

„Ik werk met hangende TL-verlichting; dat werkt goed”, zei een vleeskuikenhouder. Qua aanschaf let hij op prijs en kwaliteit. „Wij hadden met een bepaald type LED verlichting last van buitennesteieren bij onze vleeskuikenouderdieren”, zei een vermeerderaar. „Ik weet niet hoe dat komt in uw situatie. Buitennest- en grondeieren worden veroorzaakt door een slechte lichtverdeling of onjuiste luxwaarden op specifieke plaatsen in de stal”, zei Geurts. 

Een ander merkte op dat het in sommige stallen onder de TL-buizen vaak droog is. „Als de kuikens het licht onder de TL te fel vinden, gaan ze er niet zitten en is de bezetting daar lager en houd je vanzelf het strooisel droger”, verklaarde een vleeskuikenhouder. Volgens Geurts is een correcte lichtverdeling zeer belangrijk. Een andere vleeskuikenhouder bekritiseerde de regelgeving. „20 lux is veel te fel voor vleeskuikens. Die regelgeving moet worden aangepast. De NVWA moet geen boetes meer uitdelen aan vleeskuikenhouders waar de lichtsterkte in de stal lager dan 20 lux is.”

Grootte inlaatventielen 

Met de stelling ‘Luchtinlaatventielen beter te groot dan te klein’ van TPI Polytechniek waren de meeste bezoekers het eens. Ook Joost Koster van TPI is het met de stelling eens. „Als het luchtinlaatventiel te groot is, kun je deze verder dicht zetten”, zei een vleeskuikenhouder. 

Een andere vleeskuikenhouder werkt graag met zowel grote als kleine luchtinlaatventielen in de stal. „Dan kan ik in de winter kleine luchtinlaatventielen half open zetten en de grote dicht laten. Dit werkt beter dan grote luchtinlaatventielen maar een paar centimeter open te zetten”, motiveert hij. 

Grote, hoge luchtinlaatventielen  zijn optimaal voor een brede stal en kleine kleppen zijn optimaal voor een kleine stal, volgens één van de aanwezigen. Volgens hem moet de grootte van het luchtinlaatventiel worden afgestemd op de omvang van de stal. 

Vangschade 

De meeste bezoekers waren het oneens met de stelling ‘Vangschade onder de 2 procent is geen probleem’ van Esbro. „De NVWA moet niet meteen 1.500 euro boete uitdelen aan vleeskuikenhouders als bij meer dan 2 procent van de kuikens vangletsel is geconstateerd. Eerst moet onderzocht worden hoe vangletsel ontstaat en voorkomen kan worden”, zei een vleeskuikenhouder. 

Hij kreeg bijval van zijn collega’s. „Vangbedrijven doen goed hun best. Tijdens transport of in de slachterij kunnen kuikens ook letsel oplopen. Waarom is de boer dan weer de dupe”, vraagt een vleeskuikenhouder zich af. Volgens Tel is aan de kleur van de bloeding te zien, waar een kuiken een letsel heeft opgelopen. „Als een bloeding felrood is, heeft het kuiken het letsel in de slachterij opgelopen. Een NVWA controleur kan dat zien.”

Overdag laden

Volgens een andere vleeskuikenhouder is er meer vangletsel doordat er overdag geladen wordt. Ook zit er volgens hem verschil tussen pluimveecontainers van slachterijen en de kans op vangletsel. „Laat de NVWA een lijstje maken bij welke slachterijen en vangploegen het meeste en minster vangletsel optreedt”, voegde zijn collega toe. Maar de NVWA wil dat tot nu toe nog niet doen. 

Tel gaf toe dat de NVWA de afgelopen maanden veel strenger controleert op vangletsel dan de laatste jaren. Al vindt hij dat de sector stappen moet zetten om vangletsel te voorkomen. „Een afnemer zoals McDonald’s hecht daar heel veel waarde aan.” Of het realistisch om onder de 2 procent te blijven, durft Tel niet te zeggen. 

Tekst: Tom Schotman

Beeld: Susan Rexwinkel

Deel deze pagina

Lees ook


Meer artikelen uit Meppel

Laat een bericht achter

Pluimveeweb nodigt u uit om te reageren op artikelen en stelt inhoudelijke reacties op prijs. De redactie behoudt zich het recht voor om, zonder opgaaf van redenen, aanstootgevende en commercieel ingegeven reacties te verwijderen.



Thema-avond Pluimveeweb

Woensdag 14 februari en 21 februari vinden de Pluimveeweb thema-avonden “Diergezondheid” plaats. Op 14 februari voor vleeskuikenhouders in het Arcus gebouw in Meppel. Op 21 februari voor leghennenhouders in het Citaverde College in Horst. De avond start met een praktijkworkshop gevolgd door het praktijkverhaal van een collega pluimveehouder. Tijdens het laatste onderdeel van het formele programma zullen de themapartners aan de hand van diverse stellingen in discussie gaan met de bezoekers. De avond wordt afgesloten met een drankje en kiphapje.                         

Highlights vleeskuikens