Ex-kalkoenhouder Baetsen enthousiast over 1 ster Beter Leven-kuikens
'Ster-kip een verademing; ik zat niet ver van een burn-out af'

De fonkelnieuwe 1 ster Beter Leven-vleeskuikenstal van familie Baetsen in Kelpen-Oler (LB) ziet er strak uit. De prefab-muren, donkergrijze damwand-voorgevel en zijkanten zorgen voor een moderne uitstraling. De nieuwe stal geeft het bedrijf een impuls. De familie huisvest 28.000 1 ster Beter Leven-vleeskuikens (ster-kuikens) in de stal. „In onze andere stal op deze locatie houden we 2.800 ster-kuikens. Dat is de kleinste 1 ster Beter Leven-stal van Plukon", zegt Hans Baetsen (56) met een brede glimlach. Hij, zijn vrouw Annemieke (56) en hun zoon Bjorn (25) houden op hun thuislocatie, amper een kilometer verderop, 70.000 ster-kuikens in vijf stallen.
De voormalige kalkoenhouder is enthousiast over 1 ster Beter Leven-vleeskuikens. „Het verzorgen van kalkoenen is meer en zwaarder werk. Bovendien zijn de risico's groter", vergelijkt hij. „Bij kalkoenen was het altijd de vraag of je iets overhield en hoeveel", vult Annemieke aan. „We werden als ware in leven gehouden door onze slachterij, maar er bleef geen geld over voor renovatie of om te investeren in nieuwbouw."
Nadat ze omschakelden naar ster-kuikens veranderde dit. De afgelopen jaren behaalden ze goede rendementen waardoor ze de ruimte hadden om een oude stal uit 1969 te slopen en nieuw te bouwen. „We hadden deze stal al regelmatig gerenoveerd waardoor deze werkbaar bleef. Pas na het slopen zagen we echter hoe slecht deze eigenlijk was", zegt Hans. Na de sloop van de oude stal is hun bedrijf volledig asbestvrij.
Rampspoed
Baetsen is nu goed gemutst over zijn ster-kuikens, maar in 2012 ging hij door een diep dal. In maart van dat jaar begon de ellende toen laagpathogene vogelgriep werd vastgesteld in een van zijn vijf stallen op zijn thuislocatie. „Uit bloedonderzoek bleek dat de kalkoenen in één stal laagpathogene vogelgriep hadden en de dieren in de andere vier stallen het hadden gehad. De kalkoenen waren er niet ziek van, maar we moesten wel 12.000 zware hanen en 33.000 opfok kalkoenkuikens ruimen", vertelt hij met pijn in zijn hart. „We kregen de waarde van de dieren vergoed, maar stonden wel vier maanden leeg. Ondertussen liepen onze vaste kosten voor onze thuislocatie, zoals de hypotheek, wel gewoon door, terwijl we geen inkomsten hadden", blikt Annemieke terug.
Hiermee was de rampspoed echter nog niet voorbij. Bij de zogeheten verklikkerkalkoenen die werden opgezet, dook blackhead op. „We hebben de stallen toen opnieuw grondig gereinigd en ontsmet met natronloog voordat we de nieuwe ronde kalkoenen opzetten."
Bedrijfsgegevens
Hans (56), zijn vrouw Annemieke (56) en hun zoon en opvolger Bjorn (25) Baetsen hebben een 1 ster Beter Leven-vleeskuikenbedrijf in Kelpen-Oler (LB). Op hun thuislocatie houden ze 70.000 kuikens in vijf stallen en op hun tweede locatie 30.800 in twee stallen. Hans verzorgt de kuikens samen met Bjorn. Annemieke doet de financiële administratie en werkt buitenshuis als kraamverzorgster. De kuikens op hun tweede locatie zijn twee weken ouder dan op hun thuislocatie.
Opnieuw blackhead
Na opzet van de nieuwe ronde werd binnen drie weken opnieuw blackhead vastgesteld. Als gevolg hiervan had Baetsen maar liefst 80 procent uitval binnen een week. 33.000 kalkoenen stierven dat koppel door de ziekte. Dit had de familie nog nooit meegemaakt. „Blackhead kun je niet behandelen met een antibioticum. Het enige wat je als kalkoenhouder kunt doen, is hygiënisch werken. Daar waren wij altijd erg kien op, maar toch kregen we het", zegt hij. „Gelukkig waren we ertegen verzekerd. Anders waren we failliet geweest."
Hij twijfelde destijds of hij nog wel kalkoenen wilde houden. „De verzekeringsagent van mijn Duitse verzekering overtuigde me destijds om een nieuwe ronde op te zetten. Hij zei toen heel stellig dat het vrijwel onmogelijk was dat we opnieuw blackhead zouden krijgen, gezien onze focus op hygiëne." De familie zette daarom een nieuwe ronde op, maar na zeven weken was het opnieuw raak. „De uitval was minder dan de ronde ervoor, maar beide uitbraken van blackhead kostten ons maar liefst 276.000 euro. Gelukkig dekte de verzekering deze schade."
De familie had echter ook veel indirecte financiële schade – vooral vanwege de langere leegstand. Hierdoor kwam Baetsen in de categorie Bijzonder Beheer terecht bij hun bank. Dat was een flinke klap. „Al onze drie kinderen studeerden toen nog. We wisten even niet hoe we verder moesten met ons bedrijf", zegt Hans. „Ik durfde na de eerste uitbraak de stal bijna niet meer in, sliep 's nachts nog maar enkele uren en zat niet ver van een burn-out af", blikt hij terug.
Vier scenario's
Hij vervolgt: „Je hebt twee soorten Bijzonder Beheer. Bij de eerste heeft de bank er geen vertrouwen meer in en stuurt aan op een faillissement. Bij de tweede ziet de bank nog wel mogelijkheden. Dat was bij ons het geval."
De familie had vier scenario's voor ogen. „Stoppen en het bedrijf verkopen, zagen we niet zitten. Dan moesten niet enkel wij verhuizen, maar ook mijn vader die op onze tweede locatie woonde, waar hij zelf ooit begonnen was." Verdergaan met kalkoenen wilde de familie ook niet, gezien de grote risico's die blackhead met zich meebracht.
Verkoopleider Patrick van den Hurk van hun toenmalige voerfabrikant Coppens Diervoeding, stelde hen toen voor om over te stappen op scharrelvleeskuikens of op reguliere vleeskuikens. „Patrick rekende ons de te behalen rendementen toen voor. Daardoor zagen we weer licht aan het eind van een donkere tunnel", zegt Hans. Hij en zijn vrouw waren er snel uit dat ze wilden overstappen op scharrelvleeskuikens. „Destijds was de plofkipcampagne van Wakker Dier pas gestart. In de media was er toen veel negativiteit rondom gangbare vleeskuikens. We wilden wel overstappen naar vleeskuikens, maar niet direct onder vuur komen te liggen." Baetsen herinnert zich dat hij in 2012 op het Pluimvee Symposium tegen collega's vertelde dat hij wilde overstappen op scharrelvleeskuikens en voor gek werd verklaard. „Menigeen vertelde me dat ik moest kiezen voor reguliere vleeskuikens. Daar was veel meer geld mee te verdienen."
Hij en zijn vrouw staan echter nog steeds achter hun keuze van destijds. „We hebben in 2012 een hoop ellende meegemaakt maar uiteindelijk heeft dat ons sterker gemaakt", zegt Annemieke. „We zijn noodgedwongen omgeschakeld naar ster-kuikens, maar dit was een uitstekende stap. Ons rendement is namelijk aanmerkelijk hoger dan vroeger met kalkoenen, terwijl de risico's lager zijn.”
Alle ellende die in 2012 over ons heen kwam, heeft ons sterker gemaakt
Meer buitenshuis werken
Toen ze in Bijzonder Beheer zaten, moesten ze van hun bank een liquiditeitsoverzicht maken zodat ze meer inzicht kregen in hun geldstromen. Dat doet Annemieke nu nog steeds omdat dit veel inzicht geeft in de te verwachten geldstromen.
Hans – een keiharde werker die sinds zijn tienerjaren buitenshuis actief is – ging meer buitenshuis werken toen ze in Bijzonder Beheer kwamen. „Ik heb toen tegen Annemieke gezegd dat we geen euro meer voor privé-uitgaven uit ons bedrijf zouden halen."
Hans startte als tiener bij kalkoenboerderij Coolen uit het naburige Heythuysen. Dat hield hij jaren vol. „Ik werkte dan bijvoorbeeld vanaf 5.00 uur 's ochtends tot 8.00 uur in de broederij voordat ik thuis naar onze eigen kalkoenen en later vleeskuikens ging. Het eigen bedrijf ging altijd voor." Bovendien laadde hij 's nachts kalkoenen bij kalkoenhouders in de omgeving. „Nadat we in Bijzonder Beheer zaten, ben ik 's nachts vaker kalkoenen en vleeskuikens uit gaan rijden om bij te verdienen en zo de studie van onze kinderen te kunnen betalen." Na drie jaar raakte de familie uit Bijzonder Beheer. Dat was een hele opluchting.
De afgelopen jaren ging het de familie financieel voor de wind. „De rendementen met gangbare vleeskuikens zijn nu beter, maar als scharrelvleeskuikenhouder mogen we zeker niet klagen."
Klaar voor de toekomst
Daardoor had de familie de financiële ruimte om te investeren. „We hebben ons adviesbureau vanBuiten gevraagd naar de mogelijkheden. Zij stelden voor om onze oudste stal te vervangen en hadden binnen twee jaar de benodigde vergunningen rond", zegt Hans. „Al onze zeven stallen zijn up-to-date en klaar voor de toekomst", vertelt opvolger Bjorn. Hij is tevreden met de huidige omvang en heeft momenteel geen uitbreidingsplannen.
Wel hoopt de familie gauw duidelijkheid over de stikstofplannen van het kabinet te krijgen. „We werken in enkele stallen met een warmtewisselaar. We willen hier voor alle stallen wel in investeren. We gaan dat echter nu nog niet doen omdat we geen stikstofruimte willen verliezen, met het gevaar dat we straks terug moeten in dieraantallen", besluit Hans.
'We krijgen al zeven jaar volledig afgeënte kuikens'
De familie Baetsen ontvangt al een kleine zeven jaar volledig afgeënte kuikens van hun broederij. Baetsen koos hier eind 2018 voor na een Marek-uitbraak. Hans legt uit waarom: „Door in ovo (in het ei) te enten en een sprayenting tegen infectieuze bronchitis (IB) op de dag van uitkomst in de broederij, zijn 99,9 procent van mijn kuikens goed geënt tegen Gumboro, IB, Newcastle disease (NCD) en Marek. Mijn kuikens zijn daardoor veel beter beschermd tegen deze virussen dan met een enting tijdens de ronde.” De kosten hiervan namen de afgelopen jaren flink toe. De ronde die hij in juli opzette, betaalde hij 8,9 cent voor deze entingen. „De meerkosten zijn niet gering, maar ik denk dat het loont. Een uitbraak kost namelijk aanmerkelijk meer. Bovendien is de voederconversie een aantal punten beter."
Sinds ruim een jaar zet hij Ranger Gold-kuikens op in plaats van Hubbard JA 757. „De uitval is iets hoger en ligt hier tussen de 1,5 en 2 procent. De voederconversie is echter minimaal 4 tot 5 punten beter en ligt tussen de 1,80 en 1,86 tegenover 1,92 tot 1,96 bij Hubbard. Daar zit de winst. Doordat de kuikens iets minder hard groeien heb ik geen problemen met een te hoge daggroei.” Bij de Hubbard-kuikens startte hij altijd op met een staltemperatuur van 35 graden Celsius en nu met 34 of 34,5 graden. „Ik meet de eerste dagen altijd de cloaca-temperatuur en heb het gevoel dat je bij de Ranger Gold-kuikens beter kunt starten met een iets lagere staltemperatuur. Al vinden sommigen een opstarttemperatuur van 35 graden te warm voor Hubbard-kuikens. Hierover zijn de meningen verdeeld”, zegt Hans.







