Rabobank schetst perpectief voor Nederlandse pluimveehouderij in 2040
Rabobank: Nederlandse leghennen- en vleeskuikenstapel krimpt kwart

De consumptie van eieren en pluimveevlees groeit de komende vijftien jaar gestaag, voorzien ze. Doordat de export afneemt en de eisen aan welzijn en ammoniakemissie toenemen, is de Nederlandse pluimveeproductie in 2040 een kwart lager dan nu, voorzien ze.
De Nederlandse pluimveesector heeft in 2040 de emissies van ammoniak en fijnstof verder verlaagd door een combinatie van nieuwe emissiebeperkende technieken en krimp van de productie met circa 25 procent. Die krimp wordt veroorzaakt door een lagere stalbezetting uit welzijnsoogpunt. De sector is geheel energieneutraal en veel bedrijven zijn zelfs netto-energieleverancier. De mestafzet is circulair en vormt geen probleem meer voor de sector. Zo schrijven René Veldman, sectormanager varkens- en pluimveehouderij en Marijke Everts, hoofd sectormanagement Food & Agri in een opinie.
De maatregelen die voortkomen uit het convenant 'Dierwaardige veehouderij' zorgen voor verbetering van het dierenwelzijn. Nieuwe stallen hebben veelal een overdekte uitloop. Kooibedrijven zijn in 2040 niet meer aanwezig. Het antibioticagebruik is nog verder afgenomen en daarmee zeer beperkt. Vaccinatie tegen vogelgriep is al langere tijd standaard. De maatschappelijke wens om legkippen meer ruimte te geven heeft geleid tot een groter volumeaandeel van vrije uitloop en biologische eieren. De pluimveehouderij produceert sterker dan nu voor de Nederlandse of Europese markt.
30 procent minder vleeskuikens
Het aantal dieren is in 2040 gekrompen ten opzichte van 2023: 20 procent minder leghennen en 30 procent minder vleeskuikens. Het aantal bedrijven is met meer dan de helft afgenomen. Tegelijkertijd neemt de omvang van bedrijven met bijna 25 procent toe. Dit komt niet doordat er per locatie meer dieren worden gehouden, maar doordat bedrijven hun activiteiten spreiden over meerdere locaties.
De leghennenhouderij blijft over vijftien jaar net als nu geconcentreerd op de zandgronden in het midden, zuiden en oosten van Nederland, voorziet de Rabobank. Maar doordat ongeveer 10 procent van de bedrijven nabij een Natura 2000-gebied ligt, vindt hier een drastische herstructurering plaats. De vleeskuikenhouderij is en blijft meer verspreid door Nederland.
Om de specifieke marktvraag in Nederland en de ons omringende landen te bedienen is er een sterke ketenregie in de deelsectoren. Via deze regie vindt de afstemming in vraag en aanbod plaats, worden ketenprogramma’s opgezet en uitgevoerd en is het rendement in alle schakels van de keten op orde. In vraaggestuurde ketens betalen consumenten de meerkosten die boeren maken om klimaat-, natuur- en dierwelzijnsdoelen te halen. Zo is te lezen in de opinie van René Veldman en Marijke Everts van de Rabobank.

Tekst: Tom Schotman
Groeide op een vleeskuikenbedrijf in het Achterhoekse Vragender op. Schrijft sinds augustus 2013 voor Pluimveeweb.nl, vakblad Pluimveeweb, Pigbusiness.nl, vakblad Pig Business en de regionale agrarische vakbladen van Agrio.
Beeld: Ellen Meinen
Bron: Rabobank
