Wiersma: 'Kleinere brandcompartimenten leidt niet tot hogere brandveiligheid'

Hoewel stalbranden door de Tweede Kamer tot een controversieel onderwerp werd verklaard, heeft minister Wiersma toch een brief naar de Tweede Kamer gestuurd, omdat voor het moment van het controversieel verklaren al de nodige acties in gang zijn gezet, waaronder twee onderzoeken die recent zijn afgerond. Een rapport van Antea over de omvang van brandcompartimenten en een rapport van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (hierna: NIPV) dat het denkraam ‘Basis voor brandveiligheid voor veestallen’ heeft ontwikkeld.
Maximum omvang brandcompartiment
Lange tijd werd verondersteld dat kleinere brandcompartimenten zouden leiden tot minder grote branden en minder dode dieren. Uit onderzoek van de Antea Group naar de mogelijkheden voor het aanpassen van de grenswaarde voor de omvang van een brandcompartiment bij nieuwe en te verbouwen stallen, blijkt dit niet het geval te zijn. In de huidige situatie is de maximum omvang van een brandcompartiment voor een stal in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) vastgesteld op 2500 m2. Als een veehouder een groter brandcompartiment wil bouwen, dan is dat ook mogelijk, mits conform het gelijkwaardigheidsbeginsel extra brandveiligheidsmaatregelen worden getroffen waarmee aangetoond wordt dat het compartiment net zo brandveilig is als een compartiment van 2500 m2.
Financiële gevolgen voor veehouders
Wiersma schrijft in haar Kamerbrief: „Op basis van de uitgevoerde impactanalyse wordt door Antea Group geen aanleiding gezien om te adviseren de huidige grenswaarde van 2.500 m² aan te passen. Een lagere grenswaarde leidt niet per definitie tot minder dierlijke slachtoffers in geval van een brand. Het aantal dierlijke slachtoffers dat betrokken raakt en omkomt bij een brand wordt namelijk ook beïnvloed door neveneffecten, zoals rookverspreiding en uitval van installaties. Antea Group geeft in het rapport verder aan dat bij een lagere grenswaarde meer bouwkundige en installatietechnische maatregelen nodig zijn om de gewenste compartimentering te realiseren. Het is echter niet altijd mogelijk om deze voorzieningen bij de bouw aan te leggen. Een lagere grenswaarde zorgt tot aanzienlijke financiële en organisatorische gevolgen voor veehouders. Iedere bouwkundige compartimenteringswand verhoogt de bouwkosten met ongeveer 10 procent. Ieder extra emissiepunt verhoogt de bouwkosten ook, door de verdubbeling van het aantal installaties.”
Integrale benadering
Antea Group concludeert op basis van deze bevindingen dat een integrale benadering van stal brandveiligheid noodzakelijk is en doet een aantal aanbevelingen. Zo zou er meer ruimte moeten komen in regelgeving voor het vergroten van fysieke afstanden tussen verschillende (brand)compartimenten in dierenverblijven. Dit beperkt de kans op overslag en vergemakkelijkt evacuatie en brandbestrijding. De ontwikkeling en implementatie van vroegtijdige detectie en snel reagerende alarmeringssystemen moeten worden versneld. Ook adviseert het onderzoeksbureau verplichting van periodieke controle van elektrische installaties, brandwerende voorzieningen en vluchtwegen plus voorlichting en training voor veehouders en personeel over brandrisico’s en preventie.
Overzicht relevante factoren
Verder heeft NIPV een denkraam ontwikkeld. Dit denkraam is volgens Wiersma vergelijkbaar met het bestaande kenmerkenschema voor brandveiligheid, dat zich richt op gebouwen waarin mensen verblijven. „Het denkraam biedt een samenhangend overzicht van alle relevante factoren en is praktisch toepasbaar voor alle betrokkenen bij het realiseren van een brandveilige stal. Dit denkraam is bedoeld als hulpmiddel om de brandveiligheid in een stal inzichtelijk te maken, te begrijpen en te kunnen verbeteren, zonder daarbij een norm te stellen.”
Naast de twee onderzoeken voert Schuttelaar & Partners momenteel in opdracht van LVVN ‘proefkeuringen’ uit om meer inzicht te krijgen in de impact, waaronder de financiële impact van een verplichte elektrakeuring voor veehouders. Wiersma: „Onderdeel van de aanpak van stalbranden is de invoering van een verplichting tot het doen van twee keuringen die gericht zijn op het voorkomen van brand. Deze keuringen zijn gericht op de brandveiligheid van technische installaties op het erf (elektrakeuring) en op het brandveiligheidsmanagement en bewustwording van brandrisico’s (brandveiligheidskeuring). Ik hecht echter veel waarde aan de uitvoerbaarheid, effectiviteit en proportionaliteit van deze keuringen. De uitkomsten van de proefkeuringen zullen naar verwachting in mei 2026 beschikbaar zijn.”
Hoorzitting en campagne
Verder heeft Stichting Milieukeur op basis van diverse expertbijeenkomsten, een conceptkeuringsschema opgesteld dat recent in een openbare hoorzitting is besproken. Momenteel verwerkt SMK de uitkomsten van deze hoorzitting en verzamelt daarbij aanvullende inbreng vanuit betrokken stakeholders. Het keuringsschema zal naar verwachting in april 2026 gereed zijn. Ook geeft de minister uitvoering aan een motie van PvdD voor een brandveiligheidscampagne. De minister heeft het communicatiebureau Publiquest opdracht gegeven om de brandveiligheidscampagne te ontwikkelen en uit te voeren.
Tekst: Reinout Burgers
Al bijna 25 jaar volg en schrijf ik als journalist onder meer over de varkenshouderij en pluimveehouderij. Twee uiterst boeiende en dynamische sectoren met veel gepassioneerde ondernemers.
Beeld: Ellen Meinen
Bron: LVVN
