Verplicht onderzoek naar mogelijk risicovolle zoönosen op 200 leghennenbedrijven

Alle EU-lidstaten zijn verplicht periodiek onderzoek te doen naar het voorkomen van zoönosen bij mensen, dieren en dierlijke producten. In eerdere jaren zijn al sectoren zoals de varkenshouderij, melkgeiten- en melkschapenhouderij en rundveehouderij onderzocht. In de komende twee jaar is de leghennensector aan de beurt.
Steekproef onder bedrijven
Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Via een steekproef worden tweehonderd leghennenbedrijven geselecteerd. De eerste bedrijven ontvangen begin 2026 een brief met uitleg over het onderzoek en de te volgen werkwijze.
Het onderzoek bestaat uit twee onderdelen. Allereerst wordt gekeken naar de aanwezigheid van ziekteverwekkers bij leghennen en eventueel ander op het bedrijf aanwezig vee. Deelname aan dit onderdeel is verplicht voor de geselecteerde bedrijven.
Daarnaast is er een vrijwillig deel waarin wordt onderzocht of de betreffende ziekteverwekkers voorkomen bij mensen op het bedrijf, zoals de pluimveehouder en gezinsleden, en eventueel bij huisdieren.
Gevolgen bij salmonella
Bij uitbraken van vogelgriep wordt per regio beoordeeld hoe de monstername alsnog kan plaatsvinden. De uitkomsten van het salmonellaonderzoek bij leghennen kunnen directe gevolgen hebben voor het bedrijf. Wanneer een meldplichtige salmonellavariant wordt aangetroffen, is deze uitslag bindend en gelden de gebruikelijke wettelijke maatregelen.
Voor andere onderzochte ziekteverwekkers hebben de resultaten geen consequenties voor de dieren op het bedrijf. Deze gegevens worden uitsluitend gebruikt voor monitoring en risicobeoordeling op nationaal en Europees niveau.

