Rechtbank oordeelt dat schadezaak eierkartel kan doorgaan

Volgens Jan Willem Lagerweij, bestuurder van de stichting Eierkartelschade, is de uitspraak een belangrijke stap richting duidelijkheid voor leghennenhouders die door het eierkartel zijn benadeeld.
De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is om de zaak te behandelen en dat het Nederlands recht van toepassing is. Dit geldt voor zowel de Nederlandse als de Belgische leghennenhouders die zich bij de stichting hebben aangesloten.
Verzoek eierverwerkers afgewezen
Een verzoek van de aangeklaagde eierverwerkers om de procedure stil te leggen in afwachting van onder meer een hoger beroep tegen het boetebesluit van de mededingingsautoriteit is door de rechtbank afgewezen. De schadezaak kan daardoor verder worden behandeld en komt een stap dichter bij een inhoudelijke beoordeling van de schade.
Onderbouwing schadeberekening
Voor deze fase van de procedure heeft de rechtbank de stichting verzocht de namen van de deelnemende leghennenhouders te delen met de gedaagde bedrijven. Volgens de rechtbank is dit nodig om later vast te kunnen stellen of individuele legbedrijven schade hebben geleden en, zo ja, in welke omvang.
De rechtbank heeft verder aangegeven dat zij de aangeklaagde eierverwerkers zal verplichten informatie te verstrekken over het kartel onder de voorwaarde dat de stichting haar schadeberekening verder onderbouwt. Partijen kunnen tegen de beslissingen van de rechtbank tussentijds in hoger beroep gaan.
Tekst: Redactie Pluimveeweb
Beeld: Ellen Meinen
Bron: Stichting Eierkartelschade
