Europese Rekenkamer: Nieuw GLB zet gelijk speelveld in Europa onder druk

Met de nieuwe opzet zal het voor de eerste keer sinds de start van het GLB in 1962 zijn dat de Europese Unie geen apart fonds voor landbouw heeft. In plaats daarvan is het GLB een onderdeel van een groter fonds, waarin verschillende fondsen en programma’s samenvallen. In dat fonds is wel een deel ‘geringfenced’; dat kan enkel worden ingezet voor landbouw. Lidstaten krijgen hun deel van dit fonds nadat ze een ‘Nationaal en Regionaal Partnership’-plan (NRP) indienen en dat door de Europese Commissie wordt goedgekeurd.
Volgens de Commissie geeft deze nieuwe opzet lidstaten meer flexibiliteit, en kunnen tegelijkertijd regels vereenvoudigd en geharmoniseerd worden.
Onzekerheid
De Europese Rekenkamer zet er vraagtekens bij. Zij ziet een gevaar dat boeren langer in onzekerheid zitten of en wanneer ze hun subsidies ontvangen. Dat komt ten eerste omdat het Europese geld pas vrijkomt, en subsidies dus uitgekeerd kunnen worden, nadat de Europese Commissie het NRP van een lidstaat heeft goedgekeurd. „Dat traject kan lang duren”, stelt Rekenkamer-lid Iliana Ivanova, „en gedurende die tijd zitten boeren in onzekerheid of ze de subsidies krijgen waar ze op rekenen.” Die onzekerheid wordt volgens de Rekenkamer verergerd omdat het niet altijd duidelijk is aan welke criteria een GLB-uitgave moet voldoen, en omdat op bestuurlijk niveau het GLB nu onderdeel is geworden van een complexe juridische structuur, waarbij het geld uit verschillende bronnen en programma’s komt. Daarmee rekening houden kan het opstellen van een NRP door een lidstaat, en goedkeuring door de Commissie, vertragen. Bovendien ondermijnt die complexe structuur het streven van de Commissie naar een simplificatie van regels.
Gelijk speelveld
Een ander punt dat de Rekenkamer signaleert is dat, nu lidstaten meer vrijheid krijgen om landbouwsubsidies naar eigen voorkeur in te zetten, het gelijke speelveld in Europa onder druk komt te staan. „Het is positief dat lidstaten de flexibiliteit krijgen om het geld in te zetten voor de uitdagingen waar die lidstaat mee te maken heeft”, stelt Ivanova, „maar het creëert een risico voor het ‘gemeenschappelijk’ karakter van het GLB. Verschillen tussen lidstaten [in hoe het geld wordt ingezet] kunnen leiden tot verstoringen in de concurrentieverhoudingen en een ongelijk speelveld.”
De Rekenkamer beveelt de Commissie daarom aan om hier een leidende rol te pakken, en van te voren duidelijker de grenzen aan te geven. „Daarmee zou het zeker zijn dat de plannen van de verschillende lidstaten op een coherente manier focussen op de GLB-doelstellingen.”
„Boeren hebben elke dag te maken met onzekerheden”, stelt Ivanova. „Met weersomstandigheden, met veranderingen in de markt.” Maar onzekerheid over beleid, en subsidies, zouden daar volgens haar niet bij moeten horen. In haar ogen is het voorstel van de Europese Commissie ‘nog niet klar om te worden geoogst’.
