'We moeten de voedselvoorziening veiligstellen in plaats van pluimveeproductie verplaatsen naar het buitenland'

Zo'n 150 vertegenwoordigers uit de politiek, de landbouw, het bedrijfsleven en de wetenschap bespraken afgelopen dinsdag 24 februari in Berlijn de toekomst van de veehouderij in Duitsland. Tijdens de bijeenkomst werd duidelijk: de sector wil het dierenwelzijn verbeteren, maar vraagt om planningszekerheid en duidelijke politieke besluiten.
'Ons voedsel moet uit Duitsland komen'
De openingslezing van de conferentie werd dit jaar verzorgd door de minister-president Sven Schulze van Saksen-Anhalt, een deelstaat in het midden van Duitsland. Hij stelde de voorzieningszekerheid centraal in zijn toespraak. „Randvoorwaarden voor landbouwbedrijven moeten zo worden ingericht dat de voorziening van de bevolking met ten minste Europese, bij voorkeur Duitse, en idealiter regionale producten gewaarborgd is", zei hij.
Tegelijkertijd erkende Schulze dat er politiek nog werk aan de winkel is: „We hebben in Duitsland betrouwbare randvoorwaarden nodig die boeren zekerheid geven bij hun investeringen. Dat we daar nog een achterstand hebben, weet ik. Wie investeert, moet weten onder welke voorwaarden wordt geïnvesteerd."
Schulze beloofde bovendien snellere procedures. „Als je een instantie treft die niet zo snel is, bel mij dan", richtte hij zich met een aanbod tot de gastheer van de bijeenkomst, de directeur van Heidemark, Andres Ruff.
Stage bij boeren
Een bijzonder initiatief van de deelstaat Saksen-Anhalt trok de aandacht van de conferentiedeelnemers. De deelstaat wil de landbouw meer onder de aandacht van het publiek brengen door scholieren die een stage bij een landbouwbedrijf volgen, te ondersteunen met 120 euro per week.
Gastheer Andres Ruff, directeur van Heidemark, kwam direct ter zake. De politiek moet zich snel op een duidelijk concept voor de veehouderij vastleggen. „Wij zijn bereid onze bijdrage te leveren", zei hij. „De sector steunt meer dierenwelzijnsregels die de dieren daadwerkelijk ten goede komen en onze concurrentiekracht behouden."
Groeiende afhankelijkheid van import
Ruff waarschuwde tegelijkertijd voor een groeiende afhankelijkheid van import. „Wij accepteren niet dat wij onze zelfvoorziening in gevaar brengen en ons voedsel in het buitenland inkopen, waar het ver onder onze kwaliteitscriteria wordt geproduceerd. Wie de binnenlandse productie verzwakt, versterkt aanbieders met lagere standaarden."
De directeur van Heidemark riep op om het emissie- en bouwrecht zodanig aan te passen dat boeren stallen kunnen verbouwen of nieuw kunnen bouwen. „Wie een leegstaande varkensstal wil ombouwen voor pluimvee heeft een vergunning nodig – en geen jarenlang traject dat investeringen blokkeert."
Ruff: „We moeten bijsturen – met meer dierenwelzijnsregels die de dieren daadwerkelijk ten goede komen en onze concurrentiekracht behouden. Met de mogelijkheid om stallen te bouwen onder aangepast en op elkaar afgestemd emissie- en bouwrecht."
Pluimveeproductie geen nichemarkt
De pluimveeproductie is volgens Ruff geen nichemarkt, maar een centraal onderdeel van de Duitse voedingsindustrie. Juist in economisch onzekere tijden blijkt hoe belangrijk een stabiele binnenlandse productie is, stelt hij.
Zijn boodschap liet geen twijfel bestaan: „De vraag is niet of wij ons veehouderij in Duitsland kunnen veroorloven. De vraag is of wij het ons kunnen veroorloven haar te verliezen."
Etikettering en lange vergunningsprocedures
Boeren hebben weinig keuze. Zij moeten investeren in meer dierenwelzijn – mits de politiek de blokkades tussen landbouw- en bouwrecht wegneemt. De handel heeft zijn koers al bepaald en wil producten uit hogere houderijsystemen – en wel verplicht.
Julia Adou, die bij supermarktketen Aldi Süd consequent producten met een hoger dierenwelzijnspercentage in haar assortiment heeft, geeft daar een voorbeeld van. „ITW was niet goed genoeg", zegt ze. Tegelijkertijd maant zij tot geduld: „Het kost tien jaar om mensen een systeemverandering uit te leggen." Toch spreekt de discounter zich uit voor Duitse producten – ook al laten hogere dierenwelzijnsstandaarden zich slechts moeilijk vertalen in hogere prijzen.
Ook de Duitse retailorganisatie Schwarz Gruppe zet in op vleesproducten van een hoger dierenwelzijnsniveau. Haar vertegenwoordiger in Berlijn, Leif Balz, meldde tijdens de conferentie dat in de Kaufland-supermarkten inmiddels 50 procent van de vleesproducten afkomstig is uit dierenwelzijnsstallen. De nieuwe wet op de etikettering van dierhouderij vindt hij echter ontoereikend: „In de buitenhuiscatering heerst het Wilde Westen. Daar wordt niets geëtiketteerd, daar is geen verplichting, dat moet veranderen."

Tekst: Cordula Möbius
Beeld: Tim Wegner
Bronnen: Geflügelnews.de, Heidemark
