Pluimveeweb.nl logo

  • Menu
  • Nieuws
    • Home
    • Economie

      Subcategorieën

      • Markt vleeskuikens
      • Markt eieren
      • Markt broedeieren
      • Voerprijzen
      • Afzet
      • Agribusiness
    • Ondernemen

      Subcategorieën

      • Politiek en beleid
      • Maatschappij
      • Belangenbehartiging
      • Buitenland
    • Voeding

      Subcategorieën

      • Water
      • Voer
    • Diergezondheid

      Subcategorieën

      • Aandoeningen
      • Antibiotica
      • Hygiëne
      • Dierenwelzijn
    • Huisvesting
    • Sterke Erven
  • Marktcijfers
  • Video & foto
  • Dossiers
  • Kennispartners
  • Vakblad
    • Vakblad
    • Jaargangen
    • Verschijningsdata
    • Abonneren
    • Sterke Erven
  • Top
  • Evenementen
  • Het LeerErf
  • Sterke Erven
  • Sterke Erven
NieuwsDiergezondheid'Zet alle zeilen bij om vogelgriep te voorkomen'

Wat kan pluimveehouder doen tegen vogelgriep?

'Zet alle zeilen bij om vogelgriep te voorkomen'

Er waren eind november in Nederland al ruim 1 miljoen stuks pluimvee, zowel leghennen, ouderdieren, eenden als vleeskuikens geruimd die besmet waren met vogelgriep. Er is geen ‘ei van Columbus’ om vogelgriep te voorkomen. „Vogelgriep is wel een soort Russische roulette maar doe als pluimveehouder wat je kunt doen om het te voorkomen”, zegt Francisca Velkers, lid Deskundigengroep Dierziekten die het Ministerie adviseert.

Als pluimveedierenarts en epidemioloog is Francisca Velkers gespecialiseerd in zowel veld- als experimenteel onderzoek met pluimvee. Ze ontvangt rapportages van besmette bedrijven, is betrokken bij vaccinatiestudies, deed onderzoek naar bioveiligheid en bezoekt regelmatig bedrijven die eerder besmet waren. „Pluimveehouders weten echt wel waar ze mee bezig zijn. Samen komen we tot inzichten om vogelgriep te voorkomen.” Realistisch gezien blijven de belangrijkste maatregelen: contact en bezoek minimaliseren, wilde vogels en plaagdieren weren, bioveiligheidsmaatregelen goed naleven en alert blijven op verschijnselen bij pluimvee.

De toekomst: vaccineren maar vogelgriep blijft bestaan en muteert

Bij de pluimveehouders zit de schrik er goed in en menig pluimveehouder trekt in de ochtend met de nodige spanning de staldeur open. Wat tref ik aan? Van door vogelgriep getroffen pluimveehouders hoor je soms dat de kippen sloom of doodstil zijn. Maar vaak is er alleen verhoogde uitval die opeens snel oploopt, met soms blauwverkleuring van poten of kammen, benauwdheid of dunne mest. Ruimingen hebben veel impact, veel groter dan menigeen denkt en verwacht, blijkt uit gedeelde ervaringen. Maar er zijn ook veel vragen: Waarom duurt het zolang voordat we kunnen vaccineren? Wanneer kunnen we vaccineren? Waarom zijn er zoveel ganzen? Belangenbehartigers zijn 24/7 druk om wetenschap met praktijk te verbinden door in gesprek te blijven en te kijken naar praktische mogelijkheden.

Besmette wilde vogels

De dreiging van vogelgriep keert elk jaar terug. Eenden, ganzen en andere watervogels vliegen in het na- en voorjaar naar ons land en kunnen met hun uitwerpselen virusdeeltjes verspreiden. Waar het de afgelopen twee jaar relatief rustig bleef, volgen dit najaar de uitbraken elkaar snel op. De situatie is ronduit zorgelijk. De besmettingen zijn verdeeld over het hele land, zowel in pluimveedichte als pluimveearme gebieden.
Zoals elk jaar blijken wilde vogels de bron te zijn. In Europa zijn dit najaar al 1.443 gevallen van vogelgriep vastgesteld bij dode wilde vogels. Dat is ruim vier keer hoger dan vorig jaar en het hoogste sinds 2016. Uit testen van gezond ogende levende wilde eenden uit eendenkooien door Erasmus MC blijkt dat ongeveer 25 tot 30 procent positief test op vogelgriepvirus. Ook een record.

De oplichtende tempexkevers zijn buiten geweest en weer binnen gekomen en mogelijk besmet.
De oplichtende tempexkevers zijn buiten geweest en weer binnen gekomen en mogelijk besmet.

Preventie

De afgelopen jaren hebben laten zien dat naast strikte bioveiligheid, bewuste inrichting en loop- en rijroutes op het terrein, pluimveehouders creatief zijn in het bedenken en testen van extra maatregelen die verschil kunnen maken: van lasers of andere afschriksystemen die vogels uit de buurt houden tot windbreekgaas. Zowel wetenschappers als belangenbehartigers en praktijkmensen benadrukken dat voor een pluimveehouder de belangrijkste winst te behalen is in bioveiligheid op het erf en bij toegang tot de stal. „Dat zijn zaken waarop je als pluimveehouder invloed hebt”, zegt de pluimveedierenarts.
Velkers is betrokken bij het PPS-onderzoek naar bioveiligheid waarvan binnenkort de eindrapportage volgt. „Opvallend is dat je met fluorescentiegel veel onzichtbare routes kunt ontdekken. We zagen lekkages vanaf daken of het erf onder staldeuren doorkomen. En helemaal onverwachts was dat tempexkevers niet alleen in de stal blijven. Ze gingen onder deuren door naar buiten en weer naar binnen. Wilde vogels kwamen daar op af. Dus tempexkevers kunnen een serieus risico zijn. Niet alleen een kans op vogelgriepvirus, maar ook om salmonella mee te nemen waar erfvogels mee besmet kunnen zijn.”

Technieken en innovaties

Velkers is ervan overtuigd dat technieken en innovaties zoals windbreekgaas of andere vormen van luchtfiltering zeker kunnen helpen. Daarvoor zijn systemen op de markt, of pluimveehouders installeren zelf gaas. „Virus kan aan stof, grasdeeltjes of een veertje hechten dus een betere filtering van binnenkomende lucht kan risico op besmetting verminderen.” Vooral veren van besmette wilde vogels kunnen erg lang besmettelijk zijn en over lange afstanden meegevoerd worden. De uitdaging is wel de grote hoeveelheden kuubs lucht die door de stal gaan. Bijkomend punt is het stof waardoor filters of gaas snel verstopt raken. Oplossingen moeten haalbaar en betaalbaar zijn gezien de enorme luchtvolumes in een pluimveestal. Veel technische oplossingen worden overschat of werken in de praktijk niet goed door stof, onderhoud of verstoring van het stalklimaat.

Water

Trekvogels zijn niet te beïnvloeden; wel waarschuwen belangenbehartigers al jaren voor het aanleggen van open water in landbouwgebieden, omdat dit vogeltrek en virusdruk verhoogt. Wetenschappers benadrukken ook het belang van zo min mogelijk water in de buurt van een stal; ook sloten, vijvers of zogenaamde wadi's voor de opvang en infiltratie van regenwater. Elke waterpartij kan aantrekkelijk zijn voor wilde watervogels of andere dieren en is daarmee een mogelijk risico op vogelgriep. En een sloot is een bekende risicofactor voor vogelgriep en moet worden gebaggerd.

Vaccinatie tegen vogelgriep: waar staat Nederland nu?

De kleinschalig vogelgriepvaccinatieproef met leghennen bij WBVR in Lelystad.
De kleinschalig vogelgriepvaccinatieproef met leghennen bij WBVR in Lelystad.

De behoefte aan structurele bescherming is groot en vaccinatie lijkt eindelijk binnen handbereik. Maar hoever zijn we nu echt?
Kim Bouwman, onderzoeker bij Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) in Lelystad en projectleider van de veldstudie naar vogelgriepvaccins geeft een overzicht van waar Nederland nu staat.
De huidige uitbraken worden, net als in voorgaande jaren, veroorzaakt door H5N1. „H5 en sommige H7-varianten zijn voor kippen het meest besmettelijk,” licht Bouwman toe. „Maar op dit moment circuleert alleen H5.”
Onder wilde vogels blijft het virus aanwezig. Ongeveer de helft van het aantal dode wilde vogels dat bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) binnenkomt, test positief op H5.

Van labproef naar praktijk

De weg van het Ministerie naar een praktisch inzetbaar vaccin tegen vogelgriep begon in 2022. Toen testte WBVR vier vaccins, ontwikkeld door de farmaceutische industrie, in een kleinschalige proef: twee bleken zeer effectief.
Dit waren de twee vectorvaccins: Vectormune® AI van Ceva en Vaxxitek HVT-IBD-H5 van Boehringer Ingelheim. Beide vaccins gebruiken een vectorplatform dat pluimveehouders kennen van het Gumboro + HVT-vaccin. De H5-coderende sequentie is daarin ingebouwd, waardoor gevaccineerde kippen zelf H5-eiwit produceren en antistoffen aanmaken. In 2023 volgde een praktijkstudie op twee legbedrijven in Nederland. De effectiviteit van de beide vaccins werd onderzocht op het onderzoekscentrum van WBVR in Lelystad. In de proef werden leghennen in de broederij op dag van uitkomst gevaccineerd. Bij de Vaxxitek-groep kregen de hennetjes een booster met Volvac® B.E.S.T. AI+ND op 12 weken. Een aantal van de dieren werd vervolgens in verschillende levensfasen aan het virus blootgesteld. Dit vond plaats bij WBVR.

Resultaten: hoge bescherming

De tussenrapporten laten zien dat op 8 weken leeftijd en op 24 weken leeftijd de bescherming zeer hoog is en de virusverspreiding sterk wordt beperkt. Alle gevaccineerde groepen bleven vrij van klinische verschijnselen. Ook was de sterfte in de gevaccineerde groepen significant lager dan bij de niet-gevaccineerde controlegroepen. „In onze niet-gevaccineerde controlegroepen stierven alle dieren. In de groepen leghennen die slechts één vaccinatie kregen, vonden we een sterftecijfer van 10 procent. De leghennen die een booster hadden gekregen, overleefden allemaal”, zegt Kim Bouwman.
De virusuitscheiding was bij alle gevaccineerde groepen aanmerkelijk lager dan bij de controlegroepen. De proef is inmiddels afgesloten en een totaalconclusie over de langdurige bescherming volgt in het eindrapport.

Eindrapport

Pluimveehouders vragen zich af waarom de officiële publicatie pas in het eerste kwartaal van 2026 komt. Volgens Bouwman duurt het eindrapport zo lang omdat het een enorm project is met vier kennisinstellingen, WBVR, Universiteit Utrecht, Wageningen Universiteit en de Gezondheidsdienst voor Dieren, en zeker twintig betrokken onderzoekers en analisten. „Alle formuleringen moeten kloppen, want de overheid baseert haar beleid op onze conclusies. Dat duurt simpelweg lang.”
Ondertussen heeft een derde farmaceut, MSD, een vaccin ontwikkeld dat een Europese markttoelating heeft. Dat is in de pilot van het Ministerie toegepast. Voor het Boehringer-vaccin moet de Europese toelating nog volgen.

Vaccineren op pluimveebedrijven

Als straks op grote schaal wordt gevaccineerd, is de eerste injectie op de broederij. Voor de opfokker betekent het optioneel een booster in de opfokperiode. Voor de legpluimveehouder worden de gevaccineerde hennen kant-en-klaar geleverd. Bouwman: „We hebben al veel ervaringen met soortgelijke vaccins met Gumboro + HVT. Dit is gewoon een vervanging van zo’n vaccin, dat aanvullend ook bescherming tegen het vogelgriepvirus opwekt.” Voor vleeskuikens is nog geen onderzoek uitgevoerd. Theoretisch bouwen ook vleeskuikens bescherming op, maar de opbouwsnelheid is onbekend, hun levensduur is kort en de maternaal doorgegeven antilichamen zijn nog niet onderzocht. „Dat is dus een groot vraagteken en tegelijk een gevoelig punt richting handelspartners.”

Beleid, export en onzekerheid

De datum waarop Nederland start met vaccineren hangt af van aanpassing van regelgeving door de overheid, acceptatie door internationale handelspartners en onafhankelijke monitoring in het veld (GD). Vooral importerende landen stellen nog vragen over de veiligheid van producten van gevaccineerde dieren. Bouwman: „Er wordt hard gelobbyd om landen te overtuigen. Ze zijn bang dat ze vogelgriepvirus importeren via onze producten.” Sectorvertegenwoordigers noemen 2030 als realistische jaarlijn voor grootschalige vaccinatie.

Monitoring groot aandachtspunt

Vaccinatie betekent dat de monitoring uitgebreid moet worden. Koppels moeten structureel gemonitord worden op circulatie en de infrastructuur (labcapaciteit, monstername, dataverwerking) moet worden opgeschaald. „Het is geen kwestie van: hup, er komt een enting bij”, benadrukt Bouwman. „Achter de schermen komt er heel veel bij kijken.”
De sector staat op een kantelpunt maar wanneer komt dat? Vaccins zijn ontwikkeld, veelbelovend getest maar de stap naar grootschalige toepassing vraagt beleidsruimte, internationale overeenstemming en een goed ingericht monitorsysteem. Het wachten is nu op de eindrapportage. De komende jaren worden beslissend voor hoe Nederland vogelgriep in de toekomst gaat beheersen.

Vaccinatie komt eraan

Francisca Velkers is vanuit Universiteit Utrecht als vogelgriepexpert en dierenarts-epidemioloog ook betrokken bij de proeven in Lelystad. „Dat onderzoek hebben we heel goed en zorgvuldig aangepakt. Het duurde lang; ook de bescherming van een ouder koppel moeten we testen.” De grootste uitdaging is wereldwijde harmonisatie van beleid en handel. Landen moeten de producten, eieren, eiproducten of vlees van gevaccineerde dieren toelaten. De angst leeft dat er vogelgriepvirus meelift. Daarbij komt de extra monitoring; is er niet ongemerkt vogelgriep in een gevaccineerd koppel dat kan verspreiden naar andere bedrijven? In gevaccineerde koppels moet een intensieve surveillance worden uitgevoerd. Dat bestaat uit het onderzoeken van gestorven dieren en bloedonderzoek. Dat vraagt veel van de GD en de dierenartsen. De Europese verordening (2023/361) schrijft het programma daarvoor voor. „We kijken nu met gegevens van onder andere de veldproef of dit ook wat kan worden aangepast”, legt Velkers uit.

Pilot praktijkbedrijf

In maart 2025 is de Nederlandse overheid een pilot begonnen op een praktijk-legpluimveebedrijf met vaccinatie tegen vogelgriep. Het doel is om praktijkervaring op te doen met vaccinatie, te testen hoe de Europese wetgeving kan worden geïmplementeerd, en te onderzoeken hoe afzetmarkten reageren. De pilot, die loopt tot begin 2027, is op een commercieel leghennenbedrijf waarvan de eieren alleen in Nederland worden afgezet. „Het was al een uitdaging om één koppel geregeld te krijgen. Daarmee is ook het diplomatieke traject met handelspartners gestart. Dat is minstens zo ingewikkeld als de technische kant. Er is beweging. Vaccinatie is een deel van de oplossing. Vogelgriep zal blijven en het virus zal muteren. Dus blijf alert en kritisch op punten die beter kunnen bij jezelf en anderen, en blijf praktisch denken”, besluit Francisca Velkers.

Vaccineren tegen vogelgriep: niet voor 2030

Windbreekgaas houdt grove delen, die ook vogelgriepvrius kunnen bevatten, tegen.
Windbreekgaas houdt grove delen, die ook vogelgriepvrius kunnen bevatten, tegen.

„Als wij de praktijkbedrijven in 2030 kunnen vaccineren, dan ben ik blij”, zegt Kees de Jong, LTO/NOP voorzitter pluimvee. „Wereldwijd moet er nog veel gebeuren voordat vaccinatiebeleid kan worden uitgerold. Of we het eerste praktijkkoppel in 2030 vaccineren of alle leghennen, dat laat ik nog in het midden.”
De vaccinatieproeven, uitgevoerd door WBVR, worden uitgewerkt. Een pilotproef met een vaccin op een legpluimveebedrijf is in maart 2025 opgezet. „Leghennen worden 100 weken oud, we willen ook weten hoe de bescherming is op latere leeftijd dus de tijd tikt door”, aldus Kees de Jong.
De verwachting is dat een grootschalige toepassing, waarbij alle pluimveebedrijven kunnen worden gevaccineerd, nog enkele jaren weg is. „We moeten zorgvuldig te werk gaan en de rest van de wereld meenemen in dit proces”, aldus De Jong. „Het is belangrijk dat er geen handelsbelemmering zijn en goede monitoring zodat we wereldwijd een goede start kunnen maken.”
Voorlopig moeten pluimveehouders vertrouwen op hygiëne, strikt beheer en alertheid. Grootschalige vaccinatie is in de praktijk nog niet beschikbaar en zal, naar verwachting, pas rond 2030 uitgerold kunnen worden. De huidige situatie vraagt om waakzaamheid en zorgvuldige bedrijfsvoering, waarbij elke kleine maatregel kan helpen om uitbraken te beperken. „Vaccinatie wordt op termijn de oplossing om vogelgriep te beheersen. Natuurlijk met daarnaast een goede bedrijfshygiëne”, besluit Kees de Jong.

Vogelgriep via de lucht niet altijd de boosdoener

Lasers zijn een effectieve manier om watervogels uit de buurt van bedrijven te houden. Watervogels zijn vaak besmet.
Lasers zijn een effectieve manier om watervogels uit de buurt van bedrijven te houden. Watervogels zijn vaak besmet.

Het is een hardnekkige overtuiging: staat de wind op de luchtinlaat, dan moet het virus via stof of aerosolen, piepkleine druppels of stofdeeltjes, de stal zijn ingeblazen. „Besmette uitwerpselen van wilde watervogels drogen in Nederland in het najaar bijna nooit op om ze zo licht te maken dat ze met de wind kunnen worden meegevoerd. En als ze sterk zijn uitgedroogd is het virus niet meer levensvatbaar”, zegt Armin Elbers, onderzoeker WBVR.
„Uitval bij de luchtinlaat betekent niet dat het virus daar binnenkwam. Het misverstand ontstaat vaak omdat ziek wordende kippen naar de luchtinlaat trekken voor frisse lucht, waardoor het lijkt alsof de besmetting daar begon. Als het virus binnenkomt, hoe dan ook, heeft het zeker 6 tot 10 dagen nodig voordat kippen ziek worden. Het is vaak niet te achterhalen waar en hoe het dan binnen is gekomen”, aldus Elbers.
Besmette mest van wilde vogels kan het erf en het land vervuilen. Aandachtspunten zijn: vermijd plassen op erf en in uitlopen, controleer regenpijpen en afvoeren op lekkage. Geef ook duidelijke looproutes aan zodat niemand over eventueel besmet land loopt.
Uit onderzoek van WBVR blijkt dat lasers een effectieve manier zijn om wilde watervogels uit de buurt van bedrijven te houden. Pluimveehouders in risicogebieden (met name Groningen, Friesland en kustregio’s) zetten lasers steeds vaker in en zijn tevreden. Automatische lasers zijn met name nuttig omdat watervogels ’s nachts actief zijn en pluimveehouders ze dan niet zien.
Waterpartijen zoals sloten, vijvers en wadi’s trekken watervogels aan en verhogen dus het risico. Een privévijver bij het bedrijf is ‘absoluut af te raden’. Wadi’s achter nieuwe stallen (vaak verplicht door gemeenten) lijken Elbers ongunstig omdat stilstaand water vogels aantrekt. „Afdekken met gaas kan helpen, zodat dieren er niet in kunnen zwemmen”, aldus Elbers. Risicokaarten laten zien dat pluimveebedrijven met veel grasland en water in een straal van 500 meter rond het bedrijf, het hoogste risico dragen. „Bij nagenoeg elk pluimveebedrijf is water in de buurt, al is het maar een sloot. Dus elk bedrijf loopt risico om besmet te raken.”

Foto van Monique van Loon
Tekst: Monique van Loon

Monique van Loon – van Duijnhoven is opgegroeid op een pluimveebedrijf met vleeskuikenouderdieren in Brabant. Monique heeft na haar opleiding aan de Hogere Agrarische School in Den Bosch ruim twintig jaar in het pluimveebedrijfsleven gewerkt als bedrijfsadviseur en communicatiespecialist pluimvee. In 2010 startte ze haar bedrijf AgriContent met als specialisme pluimvee. Ze denkt mee met de redactie en schrijft als freelancer voor Pluimveeweb.

Beeld: WUR, WBVR

Deel dit artikel
Twitter
Facebook
LinkedIn
WhatsApp
E-mail
Dossier(s)
Dit artikel is onderdeel van de volgende dossiers:
Vogelgriep
Praat mee
Pluimveeweb is ook actief op verschillende social media. Volg ons, blijf altijd op de hoogte van het laatste nieuws en praat mee.
Facebook Twitter LinkedIn
Nieuwsbrief
Ontvang drie keer per week (dinsdag, donderdag en zaterdag) gratis het belangrijkste nieuws uit de pluimveehouderij in jouw mailbox. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Pluimveeweb.nl en bevestig je aanmelding via de toegestuurde mail.
Wij wijzen je op het privacy statement van Agrio Uitgeverij B.V.

Economie
  • Markt vleeskuikens
  • Markt eieren
  • Markt broedeieren
  • Voerprijzen
  • Afzet
  • Agribusiness
Ondernemen
  • Politiek en beleid
  • Maatschappij
  • Belangenbehartiging
  • Buitenland
Voeding
  • Water
  • Voer
Diergezondheid
  • Aandoeningen
  • Antibiotica
  • Hygiëne
  • Dierenwelzijn
Huisvesting
Pluimveeweb.nl © 2026 - Uitgave van Agrio Uitgeverij B.V. - RSS | Privacyverklaring | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Adverteren | Abonneren | Contact redactie | Klantenservice | Cookie instellingen
  • Nieuws
    • Home
    • Economie
      • Markt vleeskuikens
      • Markt eieren
      • Markt broedeieren
      • Voerprijzen
      • Afzet
      • Agribusiness
    • Ondernemen
      • Politiek en beleid
      • Maatschappij
      • Belangenbehartiging
      • Buitenland
    • Voeding
      • Water
      • Voer
    • Diergezondheid
      • Aandoeningen
      • Antibiotica
      • Hygiëne
      • Dierenwelzijn
    • Huisvesting
  • Marktcijfers
  • Video & foto
  • Dossiers
  • Kennispartners
  • Vakblad
    • Jaargangen
    • Verschijningsdata
    • Abonneren
  • Top
  • Evenementen
  • Het LeerErf
Top