Filteren in plaats van wassen: een nieuwe aanpak voor de pluimveehouderij
Leghennenhouder Jeroen Bertens dringt ammoniakemissie sterk terug dankzij composteertrommel en filterunit

De leghennenhouder is volop aan het pionieren, meldt de website het Nationaal Innovatieloket Veehouderij. Bertens is een bekende naam in de pluimveesector. Niet iemand die stil op de achtergrond blijft, maar een ondernemer die graag het gesprek aangaat — met collega’s, ketenpartijen en de buitenwereld. Via sectorpromotie, advies en samenwerking werkt hij aan een toekomstbestendige pluimveehouderij. Ook op het gebied van innovatie zit Bertens niet stil, en kijkt verder dan de gangbare innovaties.
„Ik geloof echt dat deze technologie een groot verschil kan maken. Niet alleen in de pluimveesector, maar ook bij andere bedrijven met een ammoniakoverschot."
Inzet composteertrommel
„Ik werk al twintig jaar met emissiereducerende staltechnieken,” zegt Bertens, die in het Noord-Brabantse Haghorst een bedrijf runt met bijna 100.000 leghennen verdeeld over zes stallen. In de pluimveesector is frequente ontmesting via mestbanden al langer gebruikelijk in tegenstelling tot in andere veehouderijtakken, maar voor Bertens was dat niet genoeg. Ongeveer tien jaar geleden besloot hij een volgende stap te zetten, met de inzet van een composteertrommel en het doel om de mest 24 uur per dag af te voeren.
„Door de mest direct te composteren wordt deze gehygiëniseerd en ziektekiemvrij, wat de afzetmogelijkheden vergroot,” zegt Bertens. Hij investeerde in een composteertrommel van Golstein Mestsystemen met voldoende capaciteit voor drie stallen — een bewuste stap om ruimte te creëren voor de volgende fase: het structureel aanpakken van emissies.
Duurzaam werken met filter en biologische vloeistof
Om ook de emissies uit de composteertrommel aan te pakken, kwam hij uit bij de technologie van Klaas de Boer, de creatieve kracht, of zoals Bertens hem noemt: de ‘Willie Wortel’, achter Special Machines de Boer. De Boer ontwikkelde een speciaal ammoniakfilter dat breed toepasbaar is achter verschillende veehouderijstalsystemen en nageschakelde technieken, waaronder ook de composteertrommel. Juist die flexibiliteit sprak Bertens aan. „Voor het afvangen van de emissie uit de droogtrommel zag ik dit systeem meteen zitten,” zegt hij. Daarmee kreeg zijn aanpak een logische vervolgstap: eerst de mest zo snel en droog mogelijk uit de stal, vervolgens de vrijkomende ammoniak gericht afvangen.
„Twee dingen spraken me direct aan. Hij werkt op basis van filteren in plaats van met een luchtwasser én met een biologische zuur dat afkomstig is uit reststromen van de suikerbietenindustrie. Zo hoef ik niet te werken met chemische producten zoals salpeterzuur of zwavelzuur.” Anders dan bij luchtwassers wordt de lucht hier niet ‘gewassen’, maar volledig door filterblokken geleid, waardoor de ammoniak direct en zeer gericht wordt afgevangen. Zowel op de vloeistof als op het filter rust een patent.
Bertens wilde bewust geen innovatieslag maken met een chemische luchtwasser. „Het is niet voor niets dat je in bijvoorbeeld Aziatische landen een chemicus in dienst moet hebben om met dit soort stoffen te werken,” zegt hij. „Daarnaast hebben die zuren ook effect op mijn daken, zonnepanelen en andere installaties. Het is simpelweg agressief spul en daar wil ik op mijn bedrijf niet van afhankelijk zijn.”
Werking van trommel en ammoniakfilter
De werking van de ammoniakfilter achter de composteertrommel is vernieuwend, maar in de kern verrassend eenvoudig. Via mestbanden wordt in drie van de zes stallen continu de vaste fractie van de mest afgevoerd: zo droog mogelijk en nog vóórdat er veel emissie kan ontstaan. In de composteertrommel wordt de mest vervolgens snel gedroogd om zoveel mogelijk stikstof vast te houden. Tegelijkertijd komt ammoniakrijke lucht vrij, die via het filtersysteem wordt afgevangen. Op basis van eigen metingen, die het filterproces continu monitoren, lijkt in de behandelde lucht een ammoniakreductie van bijna 100 procent mogelijk.
Als resultaat ontstaat geen zuur restproduct, maar een vloeibare kunstmestvervanger. Die zou in de toekomst breed inzetbaar kunnen zijn en lijkt vanwege de vloeibare vorm mogelijk interessant voor toepassingen in de glastuinbouw, al moet dat in de praktijk nog worden uitgezocht. „We gaan ervan uit dat deze vloeistof op termijn breder toepasbaar is,” zegt Bertens. „Op korte termijn verkennen we vooral of er een koppeling te maken is met de kassenwereld, om deze kringloopmeststof te kunnen verwaarden. Door de lage CO₂-footprint zie ik daarin een mogelijke win-win.”
Erkenning van technologie, verwaarding meststof
Tegelijkertijd benadrukt Bertens dat het om resultaten uit eigen metingen gaat en dat formele validatie nog nodig is. „Ik begrijp heel goed dat daar kritisch naar wordt gekeken. Maar als je wilt dat dit soort innovaties van de grond komen, moet je ze eerst in de praktijk durven uitproberen.” Om die transparantie te bieden, wordt de ammoniakuitstoot 24/7 volautomatisch gemeten met hoogwaardige meetkoppen die de lucht aanzuigen, analyseren en het systeem na elke meting reinigen. De meetdata zijn realtime te volgen via een app. „Transparanter kan het volgens mij niet.”
Met verwaarding van de meststof is Bertens nu volop bezit. „We testen onder meer bij een bloembollenteler en zijn met verschillende partijen in gesprek. Als we serieuze afzetmarkten vinden voor onze meststof met een zeer lage CO2 footprint kan het concept straks een goede bijdrage leveren aan emissiereductie." Die extra inkomsten zijn meer dan welkom, want de ontwikkeling en implementatie van de innovatie heeft Bertens tot nu toe volledig uit eigen zak bekostigd.
Geen subsidie
„Er is van alle kanten interesse in deze technologie, maar omdat de toepassing nog kleinschalig is, komen we iedere keer niet in aanmerking voor subsidies”, zegt hij. Dat is, zeker gezien de potentie, een flinke tegenvaller. Alleen al in de composteertrommel investeerde hij ruim twee ton; de filtertechnologie vergt een vergelijkbare investering. „Ik dacht eerlijk gezegd dat we met het bewijs van een écht duurzame innovatie geen problemen zouden hebben met het aantrekken van subsidies. Daar heb ik me lelijk in vergist.” Volgens Bertens is de investeertrommel terug te verdienen met opbrengsten van het eindproduct maar de investeringen die gedaan moeten worden in het afvangen van emissies niet. „Er gaat enorm veel geld naar ‘praattafels’ maar niet naar de projecten die echt lijken te werken en het geld nodig hebben voor doorontwikkeling.”
Vastberaden voort
Maar Bertens gelóóft in deze innovatie en werkt vastberaden door. Samen met De Boer en Inno+ ontwikkelt hij de technologie verder en werkt De Boer toe naar de benodigde certificering. „We zijn continu aan het verfijnen", zegt Bertens. Zo is onlangs nieuwe software geïnstalleerd die het mogelijk maakt de vloeistof nauwkeuriger automatisch te verversen, en wordt ook de filtertechnologie stap voor stap verbeterd.
Toekomstmuziek voor bedrijven met ammoniakoverschot
Cruciaal voor Bertens is dat het systeem niet energie-intensief is. De composteertrommel droogt de mest met weinig bewegende delen, terwijl het filtersysteem slechts met enkele pompjes en twee ventilatoren werkt om de lucht aan te zuigen. Daardoor blijft het energieverbruik relatief laag en hoeft er niet continu te worden gespoeld. Een prettige bijwerking is dat het stalklimaat merkbaar is verbeterd door de 24/7 mestafvoer. „Dat merk ik zelf, dat merken mijn werknemers, maar vooral ook de dieren.”
Om de volgende stappen te kunnen zetten, richten Bertens, De Boer en Inno+ zich nu op verdere metingen en certificering. „Ik geloof echt dat deze technologie een groot verschil kan maken. Niet alleen in de pluimveesector, maar ook bij andere bedrijven met een ammoniakoverschot.” Bekijk op de website het Nationaal Innovatieloket Veehouderij foto's van de installatie bij leghennenhouder Jeroen Bertens.

Tekst: Tom Schotman
Opgegroeid op een vleeskuikenbedrijf in het Achterhoekse Vragender. Schrijft sinds augustus 2013 voor Pluimveeweb.nl, vakblad Pluimveeweb, Pigbusiness.nl, vakblad Pig Business en de regionale agrarische vakbladen van Agrio.
Beeld: Susan Rexwinkel
Bron: Nationaal Innovatieloket Veehouderij
