NCD rukt op in Duitsland, infectiedruk hoog

NCD dook in 2024 op in Italië en verspreidde zich daarna via Zweden en Polen richting Midden-Europa. In de loop van 2025 nam het aantal uitbraken in Polen en Tsjechië toe, vooral bij kleinschalige bedrijven. Begin 2026 steeg de infectiedruk langs de oostgrens van Duitsland verder.
In februari 2026 werd de eerste uitbraak in Duitsland vastgesteld. Tot eind maart zijn circa 40 gevallen gemeld, vooral in Brandenburg en Beieren. De uitbraken concentreren zich in gebieden nabij de grenzen met Polen en Tsjechië, waar de pluimveedichtheid relatief hoog is.
Vaccinatie alleen onvoldoende
Volgens het Friedrich-Loeffler-Instituut waren alle getroffen bedrijven gevaccineerd tegen NCD. Toch blijkt vaccinatie alleen onvoldoende om verspreiding van het virus te voorkomen. Gevaccineerde dieren kunnen besmet raken en het virus verspreiden zonder duidelijke ziekteverschijnselen.
Het Friedrich-Loeffler-Instituut benadrukt dat aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om verdere verspreiding te beperken. De schade door NCD wordt door experts inmiddels als aanzienlijk beschouwd.
Moeilijk herkenbare ziekte
NCD staat bekend als een lastig te herkennen ziekte. Symptomen kunnen ontbreken of sterk variëren, afhankelijk van onder meer de leeftijd van de dieren. Daardoor kunnen besmettingen onopgemerkt blijven.
Het virus verspreidt zich via lucht, mest en indirect via materialen of personen. Ook wilde vogels kunnen een rol spelen bij de verspreiding.
Bioveiligheid cruciaal
Om verdere verspreiding te voorkomen, benadrukken deskundigen het belang van strikte bioveiligheidsmaatregelen. Monitoring van diergezondheid en productiegegevens is essentieel om besmettingen vroegtijdig te signaleren.
Daarnaast blijven maatregelen zoals vervoersbeperkingen, ruimingen en gerichte vaccinaties noodzakelijk om de infectiedruk te verlagen.
Tekst: Cordula Möbius
Beeld: Cordula Möbius
Bron: Friedrich-Loeffler-Instituut
