
Willem Jan Oosterhuis breidt akkerbouwbedrijf uit met legpluimvee
Twee takken, één koers

Ondernemen zit in het bloed
Het bedrijf is al generaties in de familie. “Mijn opa had de kans deze pachtboerderij te kopen,” vertelt Willem Jan. “Daarna is mijn vader hier boer geweest. En nu ben ik aan zet. Mijn moeder Cathelien helpt mee met diverse hand en spandiensten.”
Vroeger combineerde het bedrijf akkerbouw met melkvee in een grupstal. Het melkquotum werd verkocht, de focus verschoof naar akkerbouw. Vandaag de dag heeft Willem Jan naast zijn akkerbouwtak een klein koppel vleesvee voor de hobby.
De akkerbouwtak is breed. Pootaardappelen vormen de hoofdmoot, aangevuld met zaaiuien, winterpeen, granen en suikerbieten. “Pootgoed is echt wereldhandel,” zegt hij. “Het vraagt meer werk, maar het saldo is beter. Daarbij doet het pootgoed het in deze regio goed. Doordat we dicht bij zee zitten is de luizendruk hier minder.”
Hij nam het bedrijf op jonge leeftijd versneld over van zijn vader. “Je groeit erin,” zegt hij nuchter. “Maar als je eenmaal bezig bent, wil je ook vooruit.”
Op zoek naar tweede tak
Die drang om te ondernemen bracht hem op zoek naar een tweede tak. Om het bedrijf sterker te maken. “Ondernemen past bij mij. En twee takken die elkaar aanvullen maken het bedrijf toekomstbestendiger.”
De eerste gedachte ging richting vleeskuikens. “Dat leek me aantrekkelijk. Relatief weinig werk per ronde.” Maar vergunningstechnisch bleek dat geen optie. Intensieve veehouderij mocht hier niet, biologisch vleespluimvee of legpluimvee wel. “Drie-sterren vlees had te weinig markt. Melkvee heb ik ook bekeken, maar dat vraagt veel grond en is fysiek zwaar. De keuze voor eieren voelde logischer, de markt is stabieler. Tafeleieren zijn een versproduct, die haal je niet van de andere kant van de wereld.”
Van idee naar besluit
In de omgeving zitten meerdere legpluimveehouders. “Daar heb ik veel aan gehad“, vertelt Willem Jan. ‘Gesprekken voeren, meekijken hoe zij het doen en veel leren.” Hij verdiepte zich in de sector, las veel en sparde met adviseurs als legpluimveespecialist Wilko Vije en Angelike Maassen van den Brink, specialist bedrijfsontwikkeling FarmConsult. In december 2023 werden de vergunningen aangevraagd. “Vanaf dat moment ging het balletje rollen.”
Wat de doorslag gaf? “Je ziet dat stallen verdwijnen, vooral in het oosten en zuiden van Nederland. In Duitsland is ook weinig groei. Dat biedt kansen. Bovendien is dit bedrijf grondgebonden. De kippen gaan naar buiten, dus het past hier.”
Een pluimveestal die klopt
Voor het ontwerp van de stal keek Willem Jan goed om zich heen. “Ik heb veel meegekeken bij andere legpluimveebedrijven. Wat werkt, wat niet?” Vanuit het gewenste aantal dieren werd het ontwerp opgebouwd. Daarna volgden gesprekken met verschillende installateurs en bouwbedrijven, om keuzes te kunnen vergelijken.
De stal meet 23,5 bij 110 meter en biedt ruimte aan 24.000 leghennen, verdeeld over vier groepen. Er is gekozen voor sandwichpanelen, beton en staal. “Duurzaam en degelijk.” De goothoogte is 4 meter en de wintergarten is inpandig uitgevoerd. De inrichting komt van VDL Janssen. Met onderdrukventilatie, Premium Plus-legnesten en een kettingvoersysteem. Extra aandacht ging naar het drinkwatersysteem. “De stal is lang, daarom hebben we een 28 mm buis en daarnaast een extra drinkleiding onder het systeem.” Ook is een warmtewisselaar geplaatst. De verlichting is van HATO Corax.
Hennenkeuze
Ook de keuze voor de hen is niet over één nacht ijs gegaan. Willem Jan: “We hebben veel ervaringen van andere pluimveehouders meegenomen. Welke kip is robuust? Welke presteert constant?” De keuze viel op de Dekalb White. Een veel gebruikte hen in de sector. Voor de opfok en begeleiding kwam Willem Jan uit bij Het Anker. “Na alle gesprekken voelde dat goed.” De eieren vinden straks hun weg naar Duitsland.
Akkerbouw en pluimvee
De twee bedrijfstakken, akkerbouw en legpluimvee, vullen elkaar goed aan. “Je spreidt risico’s. De mest gaat op eigen land. En in de toekomst willen we misschien ook eigen graan bijmengen.”
Maar vooral de cashflow maakt het verschil. “Bij akkerbouw investeer je veel en duurt het lang voordat er geld binnenkomt. Met eieren heb je elke twee weken inkomsten. Dat geeft rust.”
Leren door te doen
Als nieuwe pluimveehouder bereidt Willem Jan zich grondig voor. Hij en zijn moeder hebben al veel geleerd over het pluimveevak. “Maar,” zegt hij, “als de hennen er eenmaal zijn is het vooral leren door te doen. Ik heb goede mensen om mij heen. De begeleiding in deze kleine sector is sterk. Iedereen kent elkaar, dat is anders dan in de akkerbouw. En iedereen helpt je graag verder, je hoeft het niet alleen te doen.”
Wat hem het meest verraste in de voorbereiding? Willem Jan: “De kip zelf. Hoe slim deze dieren zijn. En daarnaast hoeveel invloed zaken als licht en management hebben op het gedrag en de prestaties.”
Stap voor stap vooruit
De eerste kippen komen vanwege vogelgriep iets eerder dan gepland, eind maart. “Ik kijk ernaar uit om de stal in gebruik te nemen,” vertelt Willem Jan enthousiast. “Je bouwt iets helemaal vanaf nul. En ik kijk natuurlijk uit naar het eerste ei…. Dat moment dat er echt iets van de band rolt.”
Vooruitkijkend houdt Willem Jan het bewust rustig. “Eerst pas op de plaats. Kijken hoe deze combinatie loopt.” Maar ondernemen met gezonde groei staat voorop. “Misschien andere neventakken, misschien zelfs buiten de landbouw. Ondernemen blijft het mooiste wat er is.”
Tekst: ForFarmers
Beeld: Agrio

