'Sluit de luchtinlaatventielen aan één zijde bij harde wind om vogelgriepinsleep te voorkomen'

Het Gezondheidscentrum voor Pluimvee organiseerde donderdag 9 apri een studieavond voor pluimveehouders, waarbij twee actuele thema’s centraal stonden. Dierenarts Gerwin Bouwhuis ging in op de dreiging van Newcastle Disease (NCD), terwijl associate-professor Francisca Velkers de focus legde op biosecurity, met name de rol van lucht als insleeproute voor ziekteverwekkers. De combinatie van beide presentaties maakte duidelijk dat ziektepreventie in de praktijk breder bekeken moet worden dan alleen vaccinatie en zichtbare risico’s. Zo meldt het Gezondheidscentrum voor Pluimvee in een persbericht.
NCD: een actuele dreiging
NCD wordt soms gezien als een ziekte uit het verleden, maar de actualiteit laat iets anders zien. Wereldwijd blijft het virus circuleren en ook binnen Europa is de situatie onrustig, met uitbraken in onder andere Polen, Spanje en Duitsland. Voor Nederland betekent dit een verhoogd risico, mede door de hoge dierdichtheid en de intensieve logistieke verbindingen tussen bedrijven.
Wat NCD extra verraderlijk maakt, is dat het ziektebeeld niet altijd duidelijk is. Klinische verschijnselen kunnen variëren van luchtwegproblemen en productiedaling tot neurologische symptomen, maar in sommige gevallen verloopt de infectie vrijwel onopgemerkt. Zeker bij gevaccineerde koppels kan het virus aanwezig zijn zonder duidelijke signalen, terwijl er wel economische schade optreedt.
Vaccinatie blijft de basis, maar kent grenzen
Vaccinatie is en blijft een essentieel onderdeel van de bestrijding van NCD. Een goed opgebouwd schema met een priming en booster zorgt voor bescherming tegen ziekte en helpt de virusuitscheiding te beperken. Daarbij speelt de opbouw van lokale immuniteit op de slijmvliezen een belangrijke rol.
Tegelijkertijd werd benadrukt dat vaccinatie geen waterdichte oplossing is. Het beschermt niet volledig tegen infectie en binnen koppels kunnen verschillen in immuniteit ontstaan. Daarnaast kunnen entreacties optreden, wat invloed heeft op de productie. Dit betekent dat vaccinatie altijd onderdeel moet zijn van een bredere aanpak, waarin ook andere maatregelen een rol spelen.
Luchtbiosecurity: de onzichtbare route
Waar bij NCD de nadruk vaak ligt op verspreiding via menselijk handelen, liet de presentatie van Velkers zien dat ook lucht een belangrijke rol kan spelen bij de insleep van ziekteverwekkers. Via stofdeeltjes, mest, veren en insecten kunnen virussen zich verplaatsen en via luchtinlaten de stal binnendringen.
Op verschillende besmette bedrijven zijn aanwijzingen gevonden die deze route ondersteunen. Besmettingen blijken vaak aan de windzijde van de stal te beginnen en vallen regelmatig samen met periodes van harde wind en regen. Ook wordt vervuiling rondom luchtinlaten, zoals vogelmest en veren, regelmatig aangetroffen. Hoewel een direct oorzakelijk verband lastig te bewijzen is, wijzen deze bevindingen duidelijk op het belang van luchtstromen.
Luchtinlaten als kwetsbare plek
Onderzoek en praktijkmetingen laten zien dat luchtinlaten een zwakke schakel kunnen vormen in de biosecurity. Fijne stofdeeltjes en zelfs waterdruppels kunnen onder bepaalde omstandigheden naar binnen worden gezogen, waarbij mogelijk ook ziekteverwekkers worden meegevoerd.
Experimenten tonen aan dat maatregelen effect kunnen hebben. Het toepassen van meerdere lagen windbreekgaas kan de hoeveelheid virusdeeltjes die de stal binnenkomt aanzienlijk verminderen en daarmee het besmettingsrisico verlagen. Tegelijkertijd blijft het belangrijk om te beseffen dat geen enkele maatregel op zichzelf voldoende is; het gaat om het totaalplaatje.
Biosecurity in de praktijk
Naast technische maatregelen blijft het gedrag op het bedrijf een bepalende factor. In de praktijk blijkt dat kleine afwijkingen in routines grote gevolgen kunnen hebben. Denk aan het niet consequent wisselen van schoeisel, het kruisen van schone en vuile looproutes of het gebruik van materialen tussen verschillende stallen.
Ook de omgeving speelt een rol. Regenwater, erfverkeer en werkzaamheden op het land kunnen vervuild materiaal richting de stal brengen. Daarnaast vormen plaagdieren en insecten een mogelijke schakel in de verspreiding van ziekteverwekkers. Juist deze minder zichtbare factoren maken biosecurity complex.
Integrale aanpak nodig
De belangrijkste conclusie van de avond was dat ziektepreventie vraagt om een integrale aanpak. Vaccinatie vormt de basis, maar moet altijd worden gecombineerd met een goed doordachte biosecurity. Daarbij is het essentieel om niet alleen te kijken naar de zichtbare risico’s, maar juist ook naar de minder voor de hand liggende routes, zoals luchtstromen en erfomstandigheden.
Een praktische tip die dit goed samenvat, is het aanpassen van ventilatie bij risicovolle weersomstandigheden. Het sluiten van de luchtinlaatventielen aan één zijde bij harde wind kan al helpen om de insleep van opgewaaid, besmet materiaal te beperken.
Bewustwording
De studieavond maakte duidelijk dat de sector alert moet blijven. NCD en vogelgriep onderstrepen dat ziektepreventie voortdurend aandacht vraagt en dat nieuwe inzichten, zoals de rol van lucht, niet genegeerd kunnen worden.
Uiteindelijk zit de grootste winst in bewustwording en consequent handelen. Want niet alleen wat zichtbaar is, bepaalt het risico, maar juist ook wat ongemerkt het bedrijf binnenkomt.

Tekst: Tom Schotman
Opgegroeid op een vleeskuikenbedrijf in het Achterhoekse Vragender. Schrijft sinds augustus 2013 voor Pluimveeweb.nl, vakblad Pluimveeweb, Pigbusiness.nl, vakblad Pig Business en de regionale agrarische vakbladen van Agrio.
Beeld: Ellen Meinen
Bron: Gezondheidscentrum voor Pluimvee
