Column: Rode Lijst Libellen is goed nieuws voor landbouw

Wie vanuit de landbouwsector naar het persbericht van de Vlinderstichting kijkt, met als titel ‘Libellen slaan alarm’, zal de ontwikkeling van de libellenstand in Nederland niet direct als positief bestempelen. Er zijn positieve veranderingen, maar ‘helaas ook zeer zorgwekkende ontwikkelingen’. De hoofdconclusie is dat het slecht gesteld is met ons oppervlaktewater.
Wie het rapport goed doorneemt, ziet de volgende verschillen tussen 2011 en 2023. Vier soorten ontwikkelden zich zo positief dat ze niet langer bedreigd zijn. Drie soorten zijn minder bedreigd en zes soorten juist meer. Daarnaast kwamen er vijf soorten, die in 2011 nog algemeen voorkwamen, nieuw op de Rode Lijst. Maar er zijn ook vier soorten in Nederland bijgekomen die meteen talrijk waren en dus als algemeen voorkomend worden beschouwd. De optelsom is dat er evenveel soorten libellen een positieve als een negatieve ontwikkeling laten zien en dat het aantal soorten libellen in Nederland is toegenomen.
Internationale meetlat
De Vlinderstichting keek ook met een meer internationale meetlat en dan blijken soorten die tien jaar geleden nog algemeen voorkwamen achteruit te zijn gegaan. En dat is reden om de alarmklok te luiden en op te schrijven ‘dat de kwaliteit van ons oppervlaktewater te wensen overlaat’. De Vlinderstichting schrijft ook dat dit niet los kan worden gezien van pesticiden en ander schadelijke stoffen in het water. Verder zien ze een afname van waterplanten in gewone slootjes en speelt klimaatverandering een rol.
Ik krijg van dit soort persberichten wat error in mijn hoofd, omdat er nadrukkelijk naar landbouw wordt gewezen. Kijken we naar de ontwikkelingen in de landbouw, dan zien we dat die steeds schoner wordt. De meest schadelijke synthetische bestrijdingsmiddelen zijn verboden en het vergroenen van het middelenpakket is daarna versneld doorgegaan. Er zijn teeltvrije zones langs watergangen gekomen, het mestbeleid is aangescherpt, de oppervlakte van natuur is groter geworden en ook bij waterschappen is er meer oog voor ecologisch slootbeheer. Je zou dus verwachten dat het dan met algemene libellensoorten juist beter zou moeten gaan.
Navraag Vlinderstichting
Navraag bij de Vlinderstichting leert dat ze vermoeden dat pesticiden lang in het milieu blijven hangen en dat een combinatie van middelen schadelijk is. Daar toetst het Ctgb niet op bij het toelaten. Maar toen we nog veel schadelijkere stoffen gebruikten, waren die combinaties er natuurlijk ook al en kwamen de algemene libellen algemeen voor. Daar kan het probleem dus eigenlijk niet zitten.
Een blik in de data van het Waterkwaliteitsportaal, waarin alle meetdata van oppervlaktewater staat, versterkt die gedachte. Stoffen die in de landbouw gebruikt worden, nemen af in het water. Gemiddeld overschrijden die de normen op slechts 0,5 procent van de meetpunten. Dat is laag in vergelijking met anders stoffen. Imidacloprid dat in vlooienbanden zit, kent een overschrijding van 11 procent, pijnstiller diclofenac 26 procent en DEET 4 procent. Ook blijken zware metalen en geneesmiddelen de afgelopen decennia niet gedaald te zijn.
Zuurstoftekort
En er is nog een factor. Uit het rapport blijkt dat met name soorten van vennen achteruitgaan. Die liggen vooral in de natuur. De status van de venglazenmaker ging bijvoorbeeld van de status kwetsbaar naar ernstig bedreigd. Als oorzaak wordt een combinatie van verdroging, stikstofdepositie en klimaatverandering genoemd. Toevallig is er recent onderzoek gedaan naar deze libel en daaruit blijkt een tekort aan zuurstof in het water. De oorzaken daarvan: de watertemperatuur steeg met twee graden, slecht onderhoud en tekort aan water.
En navraag naar wetenschappelijk bewijs dat stikstofdepositie als oorzaak aangeeft, levert op dat er weinig onderzoek bestaat dat een directe relatie legt. Ik kreeg één onderzoek uit 1985 toegestuurd dat mogelijk een verband legt met stikstof. De Vlinderstichting gaf ook aan dat klimaatverandering voor vennen de hoofdoorzaak is, maar dat dit nieuwste onderzoek bij het schrijven van het rapport nog niet gepubliceerd was.
Landbouw was vervuilend
Mijn conclusie is dat landbouw niet meer de schadelijke factor voor libellen kan zijn. Wetenschappelijk bewijs is er ook niet, dus stop met verdachtmakingen dat het dan toch aan combinaties of lang doorwerkende pesticiden ligt. Richt je juist op de oorzaken die wel wetenschappelijk zijn aangetoond en wees kritisch naar de uitstoters van die stoffen. Spreek bijvoorbeeld hondenhouders aan die hun viervoeters langs de watergangen uitlaten. Of richt je op industriele lozingen en huishoudens of desnoods gemeenten en waterschappen, om geneesmiddelen en zware metalen in het oppervlaktewater terug te dringen. En richt daar je onderzoek ook op in. De landbouw was vervuilend, maar is dat al lang niet meer.

