Regenwater: De onderschatte besmettingsroute

„Het advies om regenwater te weren, is niet nieuw”, zegt pluimveedierenarts en epidemioloog van Universiteit Utrecht, Francisca Velkers, een van de onderzoekers in het praktijkonderzoek. Volgens Velkers is het basisadvies al jaren hetzelfde: houd het erf en de omgeving van de stal zo droog mogelijk. „Waterplassen trekken vogels en plaagdieren aan. Vogelpoep op het dak wil je gecontroleerd afvoeren. Goed werkende dakgoten en ondergrondse afwatering voorkomen dat regenwater richting stal stroomt of naar binnen waait.”
Toch blijkt in de praktijk dat dit nog lang niet overal op orde is. Verstopte goten, regengoten die uitkomen op het erf en plassen water vlak bij stallen en deuren: het zijn regelmatig voorkomende situaties. En dat vergroot het risico.
Ook stilstaand water kan indirect problemen veroorzaken. „Denk aan muggen die zich daarin kunnen ontwikkelen en ziekteverwekkers kunnen overbrengen”, aldus Velkers. Veel pluimveehouders denken niet direct aan regenwater als besmettingsroute. Via kleine kieren kan regenwater meters ver de stal binnendringen en daarbij ziekteverwekkers meenemen richting de dieren.
Kleine kier, groot effect
Pluimveestallen zijn niet altijd hermetisch af te sluiten. De onderzoekers zochten naar kieren en inspecteerden alle deuren. Wat opviel: zelfs ogenschijnlijk goed afgesloten deuren lieten water door. Met behulp van fluorescentiegel, normaal gebruikt om looproutes van knaagdieren te volgen, werd zichtbaar gemaakt hoe water zich verplaatst. Pluimveedierenarts Willem Dekkers van Royal GD bracht de gel aan bij zichtbare kieren, maar ook bij deuren en drempels die op het oog goed waren afgesloten. Na enkele weken controleerde hij met uv-licht of en hoe ver het materiaal zich van buiten naar binnen had verspreid. Er zijn meerdere meetrondes gedaan om ook de invloed van de weersomstandigheden te kunnen onderzoeken. Binnen in de bedrijfsgebouwen lichtte vervolgens op waar het water terechtkwam. Opvallend is dat het vaak niet gaat om grote gaten. „We hebben situaties gezien waarbij er nauwelijks zichtbare openingen waren. Geen gaten waar een muis doorheen kan, maar wel groot genoeg voor water. En dat water kan vervolgens verrassend ver naar binnen komen.” Soms direct, en soms verder verspreid via laarzen en wielen. „In sommige gevallen kwam het onder de afschermende planken door tot bij de dieren, soms tot meters in de stal.” In andere gevallen bleef het bij nat strooisel vlak achter de deur. Maar ook dat vormt al een risico. „Goede afdichting, afwatering en structureel onderhoud zijn dus essentieel voor goede bioveiligheid”, benadrukt Dekkers.
Praktische aandachtspunten:
Zorg voor goede afwatering van het erf, bij voorkeur ondergronds
• Voorkom waterophoping bij staldeuren
• Houd dakgoten schoon en goed werkend
• Controleer gebouwen en deuren op kieren, lekkages en slijtage
• Besteed ook aandacht aan weinig gebruikte deuren
• Vervang versleten rubbers en borstels onder deuren
• Check wintergartens op afdichting en waterinslag
• Gebruik een plank met strooisel als extra barrière aan de binnenkant van deuren
• Overweeg eenvoudige tests, bijvoorbeeld met fluorescerende gel, om lekkages zichtbaar te maken.
Risico bij ongebruikte deuren
Ook vormen juist weinig gebruikte deuren een risico. Denk aan nooddeuren of oude ingangen die tijdens een ronde gesloten blijven. Daar zagen de onderzoekers ook lekkages en beweging van insecten.
Wanneer regenwater vermengd raakt met uitwerpselen van wilde vogels, kan het een directe besmettingsbron vormen. Ook insecten spelen hierin een rol. Uit het onderzoek bleek dat onder meer tempexkevers via kieren naar buiten maar ook weer naar binnen gaan. Een eyeopener voor zowel onderzoekers als pluimveehouders. „Er kwamen zelfs vogels op af; waarschijnlijk om de kevers op te eten die vanuit de stal naar buiten komen”, licht Dekkers toe. Deze kevers kunnen ziekteverwekkers meenemen en vormen daarmee een onderschat risico voor verspreiding. Regenwater kan deze bewegingen vergemakkelijken. Daarmee wordt water niet alleen een directe, maar ook een indirecte besmettingsroute.
„De stal is soms als een regenjas met een kapotte rits”, zegt Velkers. „Het meeste blijft buiten, maar bij een flinke bui sijpelt er toch water naar binnen, samen met vuil en mogelijk ziekteverwekkers.”
Praktische maatregelen
Preventie begint buiten de stal. Als er geen water bij de deur staat, kan het ook niet naar binnen. Dat blijkt in de praktijk vaak een aandachtspunt. Verstopte dakgoten, onvoldoende afwatering of kuilen op het erf zorgen dat water zich ophoopt vlak bij stallen. De onderzoekers zagen dat zelfs bij goed aangelegde dakgoten, ophoping van mos de afvoer belemmerde.
Een eenvoudige maar effectieve maatregel is het plaatsen van een plank met een dikke laag strooisel achter de deur. Dat voorkomt dat eventueel binnengedrongen vocht direct bij de dieren komt. Francisca Velkers waarschuwt: „Zo’n plank houdt niet alles tegen. Water kan er soms onderdoor. Controle blijft essentieel.” Haar advies: loop eens rond tijdens of na een regenbui. Voor het opsporen van risico’s zijn geen ingewikkelde technieken nodig. „Fluorescentie is een hulpmiddel, maar in de praktijk kom je al ver met goed kijken”, zegt Velkers. „Let op kleurverschillen in strooisel of wanden en voel of het vochtig is. Je vingers zijn vaak het beste meetinstrument.”
Bij nieuwbouwstallen zijn de mogelijkheden groter om risico’s te beperken. „Denk aan betere afdichtingen, andere deurconstructies of aangepaste erfafwatering. Maar ook daar blijven onderhoud en alertheid cruciaal. Je ziet bijvoorbeeld dat water soms nog steeds vlak bij de stal wordt opgevangen, bijvoorbeeld in de vorm van wadi’s.”
Oproep
„We weten dat regenwater besmettelijk materiaal mee naar binnen kan brengen, maar voor praktische oplossingen rekenen we op stalbouwers en pluimveehouders. Pluimveehouders zijn vaak technisch en inventief. Er zijn vast slimme oplossingen die wij nog niet kennen”, besluit Velkers. De redactie roept lezers op om ervaringen, tips of foto’s te delen. Welke oplossingen werken in de praktijk? En waar zitten nog knelpunten?

