Column: Drinkwaterrapport Rli ongenuanceerd over landbouw

Eind april presenteerde de Rli het onderzoek ‘Zorg voor water, de toekomst van ons drinkwater als gezamenlijke opgave’. Met een groeiende bevolking en zwembaden in tuinen is voldoende drinkwater een uitdaging. In het persbericht lezen we het volgende: ‘De belangrijkste bron voor dat drinkwater is het zoetwatersysteem, dat wil zeggen het geheel van al het grondwater, de sloten, rivieren en meren. Maar dat zoetwater raakt steeds verder vervuild door allerlei stoffen, waaronder PFAS en pesticiden.’
En in het rapport zelf staat: ‘Belangrijke oorzaken van de toenemende vervuiling van het Nederlandse zoetwatersysteem zijn intensieve landbouw, verstedelijking en de aanvoer van toxische stoffen zoals pesticiden en metalen, ook uit het buitenland.’
Landelijke radio
Ik zat die ochtend dat het rapport naar buiten kwam in de auto en luisterde naar een interview op de radio met Rli-voorzitter Jan Jacob van Dijk. Hij noemde daar een toename van pesticiden in het oppervlaktewater als één van de belangrijkste oorzaken voor een mogelijk drinkwatertekort in de toekomst. Twee weken geleden schreef ik daar ook al over in relatie tot een afname van libellen, waarover de Vlinderstichting de noodklok luidde. Die benoemde ook pesticiden in oppervlaktewater als oorzaak. In die column weerlegde ik dat en maakte ik onbedoeld een verwijt naar de Vlinderstichting dat ze nadrukkelijk naar de landbouw wezen als het ging om pesticiden. Niets menselijks is mij vreemd, dus ik heb beterschap beloofd.
Maar ik denk wel dat veel mensen en journalisten die zo’n persbericht lezen met woorden als pesticiden snel aan landbouw denken. De Rli wijst wel nadrukkelijk naar de landbouwsector. Interessant is dat de Rli twee voorbeelden geeft om dat standpunt te onderstrepen.
Buitenland
In 2023 kon Dunea, het drinkwaterbedrijf voor Zuid-Holland, 32 dagen geen oppervlaktewater uit de afgedamde Maas innemen vanwege te hoge concentraties van het onkruidbestrijdingsmiddel terbutylazine. Deze stof wordt vooral gebruikt in de maïsteelt, zo concludeert de Rli. Maar wat er niet bij staat, is dat die vervuiling werd geconstateerd op de plek waar de Maas Nederland binnenstroomt. Dat meldde Dunea zelf wel in haar jaarverslag.
En een soortgelijke conclusie valt te trekken uit het tweede voorbeeld dat vorig jaar speelde bij WaterleidingmaatschappijLimburg (WML). Die stopte ook tijdelijk met de inname van Maaswater vanwege onbekende stoffen. Omdat het onderzoek naar deze stoffen nog niet was afgerond toen de Rli haar rapport schreef, wordt niet duidelijk om welke stof en daarmee welke oorzaak het gaat. Maar in januari, dus al vier maanden geleden, bracht WML naar buiten dat een Waals bedrijf het bestrijdingsmiddel propamocarb loosde, waarschijnlijk illegaal.
Dus waar de Rli naar intensieve landbouw wijst, komt het met twee voorbeelden waarvan de bron van vervuiling in het buitenland ligt. Het lijkt mij een cruciale nuance, wanneer je het rapport aan de regering aanbiedt. En uit het interview dat onze redactie afnam met de Rli komt naar voren dat er geen toename is van stoffen, maar dat het gaat om het nog niet halen van de Kaderrichtlijn Water-normen. Dat is toch echt iets anders.
Meer chemische stoffen
Maar de Rli stelt ook in haar rapport dat er inmiddels 350.000 verschillende chemicaliën in het oppervlaktewater terechtkomen en dat de snelheid waarmee de chemische industrie nieuwe middelen maakt hoog is. Zo hoog dat controleorganen geen risicogrenzen kunnen vaststellen om erachter te komen of er risico’s zijn. Dat is natuurlijk een zorgelijke ontwikkeling, maar ook hier gaat het niet om de landbouw. Het Ctgb laat mij weten dat er in 2021 273 werkzame stoffen waren toegelaten in Nederland voor landbouwdoeleinden en eind vorig jaar was dat gezakt naar 249 stoffen.
Ik denk dat de Rli voortaan wat genuanceerder zou moeten zijn. Net als bij de afname van libellen lijkt landbouw niet meer het probleem te zijn. In ieder geval niet de Nederlandse landbouw. Benoem dat dan ook.

